100 jaar Parochiekerk Moen

Kerk van Moen augustus 1978

Daar de gezondheid de grootste schat is die men op aarde kan bezitten, meen ik dat we dan ook geen schoner en nuttiger geschenk kunnen aanbieden aan onze jubilerende kerk dan een deugddoene gezondheidskuur van haar toren.
Het bevoegde Ministerie, ik meen dat het gaat om het Ministerie van Cultuur en Kunstbezit, heeft reeds haar toestemming gegeven, maar we wachten nog altijd op een seintje van hogerhand dat ons zegt: “De kogel is door de kerk, ofte in andere woorden, de gezondheidskuur kan beginnen.”
Ter illustratie heb ik een korte schels overgenomen; in de authenieke stijl en bewoordingen, uit de historische documenten die het verhaal brengen van de laatste levensjaren van de oude kerk en het bouwen van de nieuwe kerk, 100 jaar geleden.


“De toren van de oude kerk, gebouwd in ruwe en ongelijke veldstenen, was reeds veroordeeld op den 1ste zondag van April 1858 in de zitting des kerkraads om afgesmeten te worden, en sedert dit jaar heeft men dan eene opinie geuit wegens dien ouden en versleten duts. “
“Doch de zaak sleepte en bleef slepen tot men eindelijk in 1873 besliste de toren te vermaken en de kerk eenen ingang te geven al de plaatse, t.t.z. al den oostkant.
De hoogere overheid weigerde echter haar toestemming te geven omdat de herstelling 50 000 fr. zou kosten, dewijl men wat daarbij een splinternieuwe kerk kon krijgen. Men besliste dus maar van een nieuwe kerk te bouwen.
Het plan getekend door bouwmeester Degeyne uit Kortrijk was gereed einde 1874.


Enkele details van de nieuwe, nog huidige kerk:
12 pilaren, 7 vensters in het koor, zijbeuken 7 m. hoog , de middenbeuk 13 meter hoog. De toren (38 m.) is juist zo hoog als de kerk lang is. Er werd in de zomer van 1875 begonnen met de bouw van de kerk. De raming bedroeg 80 000 frank.

Noodkerk


Op 25 oktober 1918 is de kerk in brand gekomen: of het nu geweest is door eene bom uit eene vliegmachien , of een obus erop geschoten, men weet er het fijne niet van.
De kerk was volledig uitgebrand. Alleen de muren stonden nog recht. De sacristie met gewaden en voorwerpen was gelukkig gespaard gebleven. De parochiezaal werd dan vlug herschapen in eene noodkerk. Het O. L. V.-koor in de kerk kreeg een tijdelijk strodak en na enkele weken konden de goddelijke diensten daar doorgaan. Op Knokke lagen er grote stapels hout, die aan de Engelschen toebehoorden. De boeren brachten die met karren naar de kerk en hiermee vergrootte men de bruikbare ruimte, die werd afgedekt met ‘terrepapier’.
In oktober 1920 werd officieel begonnen met het herstel der kerk. Victor Velghe zorgde voor het dak. De gebroeders Claeys schilderden ze in 1921. Jozef Gezelle bracht de versiering aan van het koor en het stuk muur erboven. Alidoor Myle voorzag de gehele kerk van een nieuwe vloer.
Op 19 juli 1921 werd het kruis op de toren geplaatst door Maurice Velghe en de haan kreeg daar eveneens van Maurice zijn plaats op 9 augustus 1921. Cyriel Suys voorzag de goten en platforms van zink. De drie nieuwe klokken van het huis Sleghers te Tellin in Luxenburg (B) werden gewijd door deken Ghyssaert van Avelgem op 4 september 1921.

Richard Mijle, Maurits Velghe en Victor Depraetere, Torenbouwers 1921. Maurits Velghe droeg de haan op de toren

De grootste droeg de naam van St.- Elooi en woog 900 kilo.
De tweede droeg de naam van O. L. V. en woog 620 kilo.
De derde droeg de naam van St.- Hubert en woog 43S kilo. Het schelleke aan St.-Godelieve toegewijd weegt 124 kilo.
Na de plechtige wijding kwamen al de genodigden ter pastorij samen om eene schelle hespe te eten.
Op 3 oktober 1921 werd de nieuwe orgel van het huis Joris en zonen te Ronse plechtig gewijd, waarna een zekere Mr. Vilain, prijs van uitmuntendheid aan het conservatorium te Brussel, twee uur lang prachtige stukken muziek heeft gespeeld. Werken van Menselsohn, Handel en Bach stonden op het programma.

In die tijd stond onze orgel muzikaal zeer hoog aangeschreven. De nieuwe doopvonte kwam van Mr. Ollevier van Avelgem, maar het deksel en het binnenste der waterbak werd gemaakt door August Matton, koperslager te Moen.

Tijdens de tweede wereldoorlog werden onze klokken op bevel van de Duitsers op donderdag 30 september 1943 weggevoerd. De nieuwe klokken, die nu nog altijd dienst doen werden gewijd op 1 augustus 1948.

Snotneuzen


Voorlaatst zag ik bij een inwoner van Moen een zeer oude foto van onze kerk, daterend uit het einde van vorige eeuw. De huidige kerk is nog altijd een spiegelbeeld gebleven van wat ze toen was. Alleen de omgeving is grondig veranderd, want toen bestond er een grote stenen muur rond het kerkhof.
In mijn kinderjaren – de jaren 30 – was die muur reeds vervangen door een ijzeren “schetterwerk” – een ijzeren afrastering waarvan de van spitse punten voorziene staven zo dicht bij mekaar waren aangebracht dat alleen de magersten onder de dappersten aller Galliërs er konden doorkruipen.
Tot die generatie van schoolgaanden, die de slanke lijn in alle omstandigheden als een onafscheidbaar statussymbool onder de grijze schabbe van die tijd meedroegen behoorde, benevens vele van mijn kameraden, ook Uw nederige dienaar. In dienst van de gemeenschap van aankomende jeugd – men sprak toen nog niet van teenagers of tieners, maar eerder van jonge snotneuzen – hebben wij dikwijls ons vege lijf tussen die nauwe staven gewrongen om een voetbal of een ander stuk speelgoed te gaan zoeken tussen de houten kruisen van het kerkhof en de netels die er volgens de normen van die tijd algemeen getolereerd werden.
Vanaf 1952 is geheel het oud-vertrouwd decor rond de kerk grondig beginnen veranderen. Het rasterwerk werd afgebroken en de stoffelijke resten van onze overledenen werden naar het nieuwe kerkhof overgebracht.

Een eerste stap naar wat men noemde milieuvriendelijkheid en moderne dorpsstructuur. De romantiek had uitgediend buiten de kerk! Binnen de kerk zelf zou diezelfde tendens zich doorzetten tien jaar later, vooral na het concilie Vaticanum II dat een aanvang nam op 11 oktober 1962. De H. Rochus en de H. Gerardus Magella werden samen met de Latijnse kerkboeken, de preekstoel en de doopvont “extra muros” in veiligheid gebracht. …
Op de eerste plaats kwamen de compensaties die de leemten moesten vullen die geschapen waren door de ontmeubeling: een nieuw altaar en een moderne geluidsinstallatie.

Maar het is vooral dank zij de ondernemingsgeest van onze huidige pastoor, Z.E.H. Seynaeve, dat het interieur van onze kerk heel wat stemmiger, sfeervoller en vriendelijker is geworden.

Toespraak door dokter Crepel, ter gelegenheid van de viering van het 100-jarig bestaan van onze parochiekerk (augustus 1978)