Mulnis in zijn vijftigste levensjaar (1975-2024)
Auteur: ALAIN THOMAS
Het is alweer vijftig jaar geleden dat in Moen heemkring Mulnis het levenslicht zag. Het was de tijd waarin veel aandacht groeide voor kleinschalige bewaar- & zorg-initiatieven waaruit dan de actie Ken Uw Dorp (1976) landelijk opgang zou maken.
Als 1975 het eerste levensjaar was, dan is 2024 het vijftigste en mag de heemkring zichzelf dus stilaan in feeststemming brengen voor de jubileumviering. Die zal wellicht in mei of juni 2025 plaats hebben. Een kort overzicht van wat in die voorbije jaren allemaal gebeurde…
Antoinette Rommens-Vandenbulcke had steeds al de vurige wens gehad om het sociale en culturele leven in Moen opnieuw wat leven in te blazen en om tegelijk het verleden van het dorp te bewaren. In september 1975 kwam ze dan ook met het initiatief om een tentoonstelling op te zetten rond Achiel Hennion, een overleden kunstenaar van Moense origine. Op de uitnodiging voor die tentoonstelling stond Antoinette vermeld als “voorzitter van de heemkundige kring”, iets waar zij toen niets van af wist. En ja, zo was de heemkundige kring Mulnis “gesticht”. “Mulnis” was een oude naam van Moen (of Moude, Maude) en de heemkring volgde met die naamgeving de algemene trend.
Vanaf 1975 werden in Moen elk jaar tentoonstellingen en culturele evenementen georganiseerd. De Hennion-tentoonstelling werd opgevolgd door “Oud Moen herleeft” (1975), “Kunst in Moen” (1976), “Kamiel Bleusé & Hendrik Sulmont” (1977), “Jo Verhenneman” (1978), “Creatief Moen” (1978, 1979, 1980), “Oudheden en Curiositeiten” (1981), en “Moense Kunstenaars” (1982).
In 1975 werd tevens een ernstige poging ondernomen om de Moense geschiedenis in geschrifte vast te leggen. Dirk Rommens publiceerde “Moen ons dorp van toen”, waarvan in 1980 het tweede deel verscheen. In 1988 verscheen dan “1000 jaar Moen”, ter gelegenheid van de Festiviteiten van Duizend Jaar Moen.
Ook op het vlak van landschapsbehoud nam Mulnis belangrijke initiatieven. Al in 1976 werd bescherming aangevraagd voor het kanaallandschap aan de Sint-Pietersbrug en kort daarna werd geijverd voor bescherming van de Moense kerktoren en enkele kapellen.
In 1986 maakte de heemkring een grote sprong vooruit. Het gemeentebestuur van Zwevegem, onder impuls van de Moense schepen Germain Van De Populiere, ging in op het voorstel van Antoinette Rommens-Vandenbulcke om in de vervallen onderwijzerswoning – een nu al lang verdwenen herenhuis – gedeeltelijk in te richten als museumruimte voor de heemkring. Heel wat curiositeiten en historisch materiaal werden door de Moenenaars aangedragen, als gift of in bruikleen. Dit “ter leringe van de bezoekers”, die op elke eerste zondag van de maand of op afspraak een terugblik konden werpen op vroegere tijden. Tien jaar later was het gebouw echter bouwvallig en niet meer voor het publiek toegankelijk en keek men uit naar een nieuwe locatie. Die werd niet onmiddellijk gevonden.
Het jaar 1998 vormde een keerpunt voor de Moense heemkring. Op 18 maart overleed Antoinette Vandenbulcke. Een maand eerder, op 15 februari, was haar zoon Eric Rommens, secretaris van de heemkring ook overleden, wat begin 1999 de andere medewerkers deed samenkomen om over het verdere voortbestaan van de vereniging te overleggen. Er kwam een nieuw bestuur uit de bus met Antoinettes dochter Sabine Rommens als voorzitster, Marcel Deconinck als secretaris en Remi Van Loosveldt, Germain Van de Populiere, Josiane Messiaen en Frans Vercouter als bestuursleden.
Toen, door het onverwachte vertrek van de zusters van Moen, kwam het klooster op de Moenplaats leeg te staan. Het gemeentebestuur van Zwevegem stelde dit gebouw ter beschikking van het Heemkundig Museum en op 8 september 2000 werd het museum erin ondergebracht. Daar is – tot nader order – het museum tot nu toe blijven voortbestaan.
Op de benedenverdieping vinden sindsdien geregeld thematentoonstellingen plaats, die telkens enkele maanden kunnen bezocht worden. Op de bovenverdieping is het eigenlijk museum verdeeld in vier lokalen met gang en kapel en archiefruimte. De bezoekers (waaronder heel wat klasgroepen) kunnen daar zien hoe een klaslokaal of een dorpswinkeltje er vroeger uitzag. Er is ook een woonkamer ingericht zoals die er in vroeger tijden vóór 1900 uitzag, voordat de elektriciteit het huiselijk leven ging bepalen. Twee andere kamers bevatten religieuze voorwerpen en miscellanea die Moenenaars aanbrachten en de moeite waard zijn om bewaard te worden.
En ondertussen schreven een aantal medewerkers ijverig verder aan de Moense geschiedenis. Vanaf 2000 schreef Remi Van Loosveldt een aantal rijkgevulde jaargangen van de Milleniumkrant bijeen en publiceerde Marcel Deconinck 9 Mulnis-cahiers. Marcel overleed op 14 juni 2013 en zijn 10de cahier over Het Moense klooster en de meisjesschool werd door zijn schrijvende opvolger Ignace Geurts afgewerkt. Die publiceerde ook rond Oude kaarten van Moen, de kunstschilder Hendrik Sulmont, de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum 1919-1939. Alain Thomas schreef over De Moense steenbakkersindustrie en, nadat “Tante Corona” roet in het eten gegooid had (2020-2022), pakte Dirk Rommens de draad weer op met twee publicaties over Belangrijke gebeurtenissen in Moen in de 20ste eeuw. Nagenoeg al deze publicaties zijn nog beschikbaar.
Het Heemkundig Museum wordt sinds zijn ontstaan vooral uitgebaat door de huidige voorzitster Sabine Rommens. Het is steeds open op Erfgoeddag, Ommegangzondag en het weekend van de Kermis, ook voor scholen en groepen vanaf 10 personen (bel 056/645897, Sabine Rommens of 056/645674, Claude Depraetere).
Eigenlijk is de lijst van Mulnis-activiteiten van de voorbije vijftig jaar te lang om dit hier op te sommen. Nagenoeg elk thema kwam aan bod. De plaatselijke verenigingen voor voetbal, muziek en toneel, allerlei verzamelingen (postkaarten, foto’s, bidprentjes), Moense kant, de beide Wereldoorlogen, het kanaal Bossuit-Kortrijk, de Moense cafés en industrie (tabak, textiel, steenbakkerij), het kerkelijk leven, de dorpspolitiek…
Recent zijn belangrijke inspanningen gedaan om wat aan voorwerpen en gegevens bij de heemkring aanwezig is, te inventariseren. Verder digitaliseren van het archiefmateriaal dringt zich op en de eerste schuchtere stappen zijn nu ook al gezet (www.mulnis.com).
En zo is Mulnis dit jaar bezig met het nemen van de kaap van 50 jaar. Wat de toekomst brengt, is nog koffiedik kijken. Rond het voortbestaan en de verdere uitbouw worden ideeën geopperd en plannen gesmeed. Veel zal afhangen van de vraag of de heemkring er zal in slagen om nieuw bloed in zijn rangen te krijgen. Werk op de plank is er in elk geval genoeg!