Achilles Hennion
Geboren op 4 juni 1882 te Moen, doorliep hij de stedelijke Academie van Kortrijk om als primus te eindigen, studeerde samen met FLORIS EN OSCAR JESPERS, FRANS CLAESSENS en OCTAAF ROTSAERT aan het Hoger instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen. Een in 1914 toegewezen studiebeurs om zich in het buitenland verder te bekwamen deemsterde weg door de oorlogsomstandigheden en bracht hem terug naar Moen waar hij een eigen atelier oprichtte. Daar ontstonden zijn eerste Vlaamse landschappen en types.
Na de oorlog vertrok hij naar Parijs, vertoefde vervolgens enkele jaren aan de Azurenkust om zich dan definitief te Brugge te vestigen. De tintelende, zonnige, zuiderse kleuren die hij tijdens zijn verblijf aan de Azurenkust had gebezigd, verdwenen broksgewijs toen hij het Gezelliaanse, stille, dromerige Brugge begon te ontdekken.
Een Brugge dat hij zoals weinige kunstschilders heeft geborsteld. Geen denderende met felle contrasten geborstelde werken ontsproten aan een kunstenaarsziel. Hennion zocht veeleer de stille Brugse steegjes, nauwelijks door licht en lucht beroerd. Het zijn donkere, getemperde kleuren die een solied, realistisch beeld helpen scheppen, vol intieme sfeer die enkel een rasecht kunstenaar tot leven weet te brengen. Zo was Ach. Hennion, en zo zal hij blijven voortleven in zijn werken die Vlaanderens impressionistische periode, zo geroemd en gegeerd in binnen- en buitenland, sieren. Hennion was wellicht de laatste uit die periode die thans is heengegaan. Hij sluit de rij af van de impressionisten die bij de moderne liefhebber de weemoed doet rijzen naar de natuurlijke eenvoud, de oprechtheid, de liefde tot de kunst weleer…
In de tentoonstelling van 12 tot 22 september 1975 werden zoveel mogelijk werken bijeengebracht die beelden van eigen volk en streek in herinnering brachten. De Heer Andre Demedts leidde de tentoonstelling in. Prominenten uit dc politieke en kunstenaarswereldwaren aanwezig (o. a. Mevrouw Regine Peers, en de kunstenares Marthe Despiegeleir.
De mens
Hoe kunnen we de kunstschilder Ach. Hennion beter leren kennen dan uit de artikels in kranten en tijdschriften verschenen ter gelegenheid van andere tentoonstellingen en, vreemd genoeg, uit een In Memoriam bij het afsterven op 5 januari 1973?
Even proberen uit een hele resem artikels de Mens Hennion te benaderen. Wetend dat zijn karakter een weerslag had op zijn werken. Maar over die werken zwijgen we, want die moet men zien, ervaren, beleven. Met de volgende ideeën zullen we er ook nog beter in slagen zijn schilderijen te begrijpen, te “smaken”
“… Want Hennion was een zeer bescheiden, diep in eigen persoonlijkheid teruggetrokken man. Overtuigd van zijn waarde van zijn werken, pronkte hij er niet mee en zijn eigen persoon hield hij steeds op de achtergrond…” (Brugsch Handelsblad 1/1973);
“… Hij leefde en werkte buiten de “zakelijke wereld” van de kunst. De kunst om met de ellebogen te werken was hem volkomen vreemd.” (Idem)
“… De zachte man met de witte kunstenaarskop is vrijdag 3 januari ingeslapen…” (Idem)
“… De kunstenaar, die tientallen jaren met kleur, licht en schaduw feest vierde, moest er zich in zijn vierde leeftijd bij neerleggen dat zijn ogen in zo een mate verzwakten dat hij tenslotte zijn penselen moest laten rusten. Het doet even aan de tragedie van de doof geworden Beethoven denken…” (Idem)
“…In de schaduw van de Brugse vestingen, die hij jarenlang schier dagelijks als natuurvriend ging verkennen..” (Gazet Van Antwerpen, 1/1973)
“…Zo eenvoudig zijn leven is geweest, zo eenvoudig ontving hij de dood.” (idem)
“…Een kunstenaar die geroepen om tussen de grote impressionisten plaats te nemen en dit zeker zou geweest zijn, ware niet zijn eenvoud en in zichzelf gekeerdheid die hem al die jaren verhinderd hebben de grens van wat men thans de public relations is gaan noemen te doorbreken en te overschrijden…” (Idem)
“… Terecht kon iemand die hem zeer goed gekend heeft van deze rasechte, zeer bescheiden kunstenaar zeggen: ‘een eenvoudige, zeer bescheiden Vlaamse kunstenaar is van ons heengegaan. Hij bezat een helder doorzicht, diep peilende mensenkennis, veelzijdige belangstelling en een taaie, ja verbeten wilskracht.’ We menen er te mogen aan toevoegen dat hij als mens, als kunstenaar én als Vlaming een rechtmatige fierheid in zich droeg, die nooit tot hoogmoed aanleiding gaf, doch integendeel steeds in harmonie bleef met zijn natuurlijke bescheidenheid. (Ongepubliceerd Artikel, In Memoriam.
“…We zullen de eerder kleine man met witte baard, de artiestenkop met de vinnige oogjes niet meer ontmoeten…” (idem)
Als we het bovenstaande nog eens opnieuw lezen, voelen we ergens spijt deze kunstenaar niet te hebben mogen kennen. Wat een geluk voor ons dat de kunst ons toch op zulke ogenblikken ter hulp snelt opdat we toch een glimp zouden mogen opvangen van een dergelijke persoonlijkheid.
Tussen 12 en 22 september bent u hartelijk welkom op de Huldetentoonstelling Ach. Hennion. De parochiezaal wordt een ontmoetingsplaats van jong en oud, met de kunstwerken van Ach. Hennion als leidraad voor een herontdekken van Moen in eenvoud en stilte, net zoals de kunstenaar leefde en werkte.
Ingericht door Culturele en Heemkundige Kring Moen en het C.M.B.V. afdeling Moen.
Met medewerking van het Noordstarfonds, Culturele Stichting Van De Vlaamse Verzekeringsmaatschappij Noordstar en Boerhave – Gent.
Onder auspiciën van het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond en het Tijdschrift voor Kunst en Cuituur Vlaanderen.
Met de steun van het Gemeentebestuur Moen
Dirk Rommens
BRON: Artikel uit brochure ter gelegenheid van viering, tentoonstelling, enz.
Hulde aan Achilles Hennion
Het is ons een vreugde een nieuwe keer een woord van genegenheid en hulde te mogen wijden aan de bezielende figuur van de Vlaamse kunstschilder Achilles Hennion: bezield en bezielend, maar toch bescheiden.
Wij mochten hem pas laat leren kennen, hem en zijn werk; waaraan allicht een tekort aan belangstelling van onzentwege schuld had maar wat zonder twijfel ook aan zijn bescheidenheid was te wijten.
Na 1946 teruggekeerd naar Brugge trof ons een paar maal, ergens in een Brugse straat, de figuur van een eerder kleine, niet meer jonge man. Zijn vinnige ogen leken niet bekommerd om de toevalligheden van het straatbeeld. Zij riepen het vermoeden op van een introverte natuur met een diep innerlijk leven. Later zagen wij hem terug als de bescheiden „aanwezige” bij Vlaamse gebeurtenissen. Hij kwam er niet om te manifesteren, niet om gezien te worden; hij zocht er niet de bemoedigende of luidruchtig enthousiaste contacten met strijdgenoten. Hij bleef op de achtergrond. Toch kon je aanvoelen dat hij trouw meeleefde met elk opbouwend moment in de groei van de Vlaamse gemeenschap.
Toen we een bekende vroegen: „Wie is die man met zijn volle witte baard en zijn zorgvuldig achterovergekamd wit haar?” kregen we als antwoord: „Een tekenaar, ik geloof Hennion.” Meteen wisten we: „de kunstschilder Hennion, vriend van Samuel De Vriendt.” Dat hij, die ons dat antwoord gaf, blijkbaar niet wist dat Achilles Hennion een zeer befaamd kunstschilder was, wijten we opnieuw aan de bescheidenheid van de kunstenaar. Maar in welke mate hebben wij allen er schuld aan dat we vaak de besten onder ons, de fijnste talenten, de meest begaafden aan ons laten voorbijgaan, als ze niet zichzelf aan onze aandacht opdringen? Wie werkelijk groot is dringt zich niet op.
Later mochten we het werk van Hennion leren kennen. Het ligt niet in onze bevoegdheid zijn vrij uitgebreid schilderkunstig oeuvre te ontleden. Wel menen we, als leek, te mogen bevestigen dat hij bijzonder waardevol en hoogstaand werk heeft geschapen.
Mochten we wijzen op de constante die zijn kunst van in de aanvang tot in zijn laatste levensjaren beheerst, dan zouden we het zeer persoonlijke ervan willen beklemtonen. Als hij te Antwerpen naar zijn professoren luistert en naar hun werk opkijkt, ais hij vrij eenzaam in zijn bescheiden atelier te Moen Vlaamse landschappen uitbeeldt, als hij langs de Azurenkust zich vermeit in de kleurengloed van het zuiderse land, als hij te Brugge het pittoreske zoekt waar anderen het niet vermoedden steeds blijft Hennion zichzelf.
Hiermee bedoelen we zeker niet dat in zijn werk geen groei zou te bekennen zijn; integendeel: zichzelf blijvend groeit hij voortdurend. Verwerft hij te Kortrijk en te Antwerpen technisch kunnen en schilderkunstige vaardigheid, zijn jeugdig zelfstandig pogen te Moen geeft hem het geloof in zijn mogelijkheden, dat een kenmerk is van de ware kunstenaar. Het Franse zuiden schenkt hem een weelderig inzicht in de eindeloosheid van de kleurenschakeringen. In Vlaanderen teruggekeerd, gaat hij te Brugge en te Oudenaarde dieper dan voorheen beseffen dat hij met zijn lijnen en kleuren geest kan scheppen. En omdat in zijn leven van elke dag en in zijn kunstenaarsleven zijn Vlaams-zijn steeds aanwezig blijft, is hij in staat in de Vlaamse stad eigen geest aan te voelen en hem herscheppend in zijn doeken te integreren. Alles wat hij verworven had aan techniek en vaardigheid, aan inzicht in de mogelijkheden van het kleurenpalet, aan diepte en geest leeft nu, als samengebalde scheppende kracht in zijn kunstenaarsleven. Zijn talent heeft de mannelijke rust van de rijpe leeftijd bereikt en, getekend door zijn standvastige persoonlijkheid, verwezenlijkt het een aantal werken die tot het beste van zijn blijvend oeuvre behoren. Ze zijn typisch Hennion, zijn dus ook Vlaams. Waarmee hoegenaamd niet bedoeld wordt dat ze een strijdend noch een belijdend element zouden bevatten.
Wel, dat ze gekenmerkt zijn door trouwe beleving van eigen wezenheid en van de bezieling die door de eeuwen heen de Vlaamse schilderkunst haar eigen gelaat heeft geschonken. Die bezieling heeft ook Hennion tot kunstscheppen gedwongen.
Hij heeft die dwang graag ondergaan, omdat hij trouw was aan zichzelf. Trouw was een kenmerk van zijn leven.
Toen zijn dode handen het kruis omvatten, kwam ons dit voor als een laatste gebaar van trouw: trouw aan zijn geloof. Ook deze straalt uit enkele van zijn werken. Wij zouden durven beweren dat ze in gans zijn oeuvre aanwezig is, want de bescheidenheid, de standvastigheid en de rust, die kenmerken zijn van zijn persoon en van zijn werk, mogen we christelijke waarden noemen. Daarom is het goed, dat vrouwen die deze waarden hoogschatten, de figuur van de Vlaamse kunstenaar Achilles Hennion in zijn geboortedorp herdenken en eren.
M. Boey
BRON: Artikel uit brochure ter gelegenheid van viering, tentoonstelling, enz.
Gedicht
ACHILLES HENNION
dank
als het woord zwijgt
en de stem verstomt
als het oog nog zien kan
in de verte
in het verleden
(in deze zwarte tijd)
als een schilder
de schaduw van de waarheid
streelt op wit doek
wees dan welkom
want hier ontmoet je
een deel van je duistere zelf
in kleur
Dirk Rommens, 1975