Bestuurlijke organisatie

Moen is van ouds een Graafschap. In de oudste rekeningen die men vindt, staat aan het hoofd van dit Graafschap, van dezen die hun handtekening zetten, de Heer Graaf VAN MAUWE. Welnu, als men beweert dat, bij akte van keizer KAREL VI, gedagtekend 24 september 1718, de heerlijkheid van Moen ten voordele van IGNAAS DE CROIX, tot een Graafschap verheven werd, dan kan men anders niet verstaan dat de titel van Graaf aan een familie toebehoorde aan dewelke IGNAAS DE CROIX tot dan toe niet toebehoord had, welke titel van toen af, omdat hij zich aan de familie verbond, in en voor hem werd goedgekeurd en bekrachtigd.

Moen met zijn graafschap en andere Heerlijkheden behoorde gedeeltelijk aan het Bailluischap of Casselrije van Oudenaarde, en voor het grootste deel aan de Casselrije van Kortijk.

Als er onkosten te doen waren, moesten zij door die drie Casselrijen gedaan zijn, in evenredigheid tot elk gebied in de parochie Moen. De wetoversten van het Graafschap Moen die, meestal door de Heer Graaf aangesteld waren, bestonden uit de volgende ambtenaren:

Eén Baillui, soms éën bijgevoegde Luitenant-Baillui; 7 schepenen, waarvan de eerste Burgemeester was; 4 Pointers of Zitters, die strikt genomen geen wetheren waren, maar de wethouders hielpen bij het ontvangen van de belastingen; 2 officieren of sergeanten die zoveel waren als onze hedendaagse veldwachters.

Wanneer de wetheren vergaderden om de rekeningen na te zien, was er niet alleen de Heer Graaf tegenwoordig, maar ook nog een Vrije Schepen, gezonden door de Heer Hoogpointers van de Casselrije, en dit krachtens een edict van 12 november 1723.

Een van de voorrechten van een gemeente is van een Belfort en een Klok te mogen hebben, dienende tot vermaningsteken. Het is om die reden dat, al is dat gewoonlijk de toren één en hetzelfde gebouw uitmaakt met de kerk, nochtans doorgaans gezegd is Communaal te zijn, en door de gemeente moet onderhouden zijn. Welnu, er werd door Zijne Majesteit, bij bevel van 21 juli 1779 opgelegd van dagelijks op het gestelde uur de politieklok te luiden. JAN RAPSAET, koster, kreeg daar 12 guldens pensioen ’s jaars voor.

De organisatie van de gemeente en het Hoger Bestuur viel omver met de Franse Revolutie der jaren 90 en wat nu de Provincie West-Vlaanderen, Gouverneur van Brugge en Districtcommissaris heet, noemde men dan het Departement der Leie, de Prefect van Brugge en de Onder-Prefect van Kortrijk. Avelgem is nu gelijk toen het Canton van Vrederecht, onder het rechterlijk Canton Kortrijk, en Sint-Denijs is het Milicie Canton.

Bron: “Geschiedenis van Moen” geschreven door een Zuster van Moen, handschrift, (1937)