De Heerlijkheid van Moen
Te Moen vond men eertijds verscheidene heerlijkheden, onder andere die van Mauwe, van Alroye, van Bone, van Bias of Blasch, van Veax, van Lannootte of Lannoore, van Baveghem, van Erembodegem, van ‘t Drubbel, en deze genaamd Spijker van Harelbeke, die aan deze vorst toebehoorde op een uitgestrektheid van mijlen zich verspreidende op de dorpen van Harelbeke, Zwevegem, Heestert, Moen. enz.
Buiten dit waren er ook veel lenen, zoals het Goed ter Meersch, het Goed ten Kastee’ie, De Noltere (op Olieberg), het Goed ter Bossche, het Goed te Meere, het Goed of leen van Duyckmg, het Goed te Winghene, enz.
De Heerlijkheid van Mauwe (1)
De heerlijkheid van Mauwe of Moen paalde aan die van Vichte en Ooteghem, en had een kasteel, een markt en een jaarmarkt. Niet minder dan 59 Lenen hingen af van haar. Het totale inkomen van heerlijke renten, rechten, enz., voor den heer van Moen bedroeg, in 1793 de som van 4 497 pond 12 schelen 11 deniers.
Men kan op de gekoleurde kaarten van den terrier, nieuwgemaakt in 1760 en berustende te gemeentehuize van Moen, aanschouwen welke schone hovingen, dreven en wallen het kasteel bevatte. ‘t Einde een dier dreven in den weg van Moen naar Heestert stond een kappelle welke op de kaart van 1845 niet meer ten voorschijn komt. Er was een ophaalbrug die ingang gaf aan de hoge en brede poort waarboven prijkte het wapen van den heer.
Het kasteel stond recht over de dorppiaats tegen den wal. Het neerhof stond oost van ‘t kasteel en dient nu gedeeltelijk tot hofstee waar woont M. den Burgemeester. Men kan met een enkel oogopslag te werpen op de prente hier nevenstaande, beter zien en verstaan wat al gebouwen deel miken van dit heerlijke slot. Dit gebouw bestaat niet meer; de kleine toren stortte in rond 1815 en men beweert dat deszelfs puinhopen van 1818 tot 1821 verdwenen zijn, zo nochtans dat de Brug, de poort en een kleine kamer met schietgaten al buiten (welke celle tot gevang eertijds diende) nu nog in stand zijn. (1)
Op de plaats, rechtover de kerk, treft men de omwalde hoeve aan bewoond door R. Debrabandere. De toegangspoort van het middeleeuws kasteel van de heren De Croix.
Recente opgravingen leverden interessante vondsten op (1975). (2)
De Heerlijkheid van Moen (2)
De oudst gekende heer van Moen was een lid van de familie de Bernaige. Op het einde van de elfde eeuw trouwde een zekere Jan de Bernaige met Margarita van Mouwe. De heren de Bernaige worden van dan af heren van Mouwe (= Moen) genoemd. Door het huwelijk van een dochter, Margarita de Bernaige, vrouw van Moen, met Frederic van Marselaar (+ 1670), heer van Opdorp, volgde het geslacht van Marselaar nu als heren van Moen. Na de dood van Philippus Joseph van Marselaar, die in 1718 kinderloos stierf, werd de heerlijkheid gekocht door Ferdinand Joseph de Virmal de Falleran, zoon van Marc Alexander de Virmal, markies van Villers Brulin, en van Mariie Anne Charlotte de Bernaige.
Na zijn dood liet hij de heerlijkheid aan Ignace Ferdinand de Groix, heer van Dadizele. Op 24 september 1718 werd Ignace de Croix de titel van graaf toegekend. Deze titel was gehecht aan de “hoge Hove van Mauwe in Vlaanderen”.
Ignace de Croix droeg ook de naam van andere heerlijkheden in Moen; baron van Winghenne, heer van Bossche, Borre en Bias. Hij was gehuwd met Marie Antoinette van der Vichte, burchtgravin van Erembodegem, barones van Wynghenne (+1706).
Ai die heerlijkheden vonden we terug in het toponymisch materiaal. We veronderstellen dus dat de vele kleine heerlijkheden na verloop van tijd alle bezit werden van de graaf van Moen.
Over de groei van het graafschap Moen uit de vele kleine heerlijkheden zijn we onvoldoende ingelicht. In 1504 vinden we een perceel land gehouden van mijnen heere van mouwen van zijnen heerscepe ten borre. In 1569 wordt de heerlijkheid Bavegem nog als een afzonderlijke heerlijkheid vernoemd. In 1587 is zij geënclaveerd in de heerlijkheid Moen : “de heer (iichede) van Moen en (de) bavegem”
Andere heerlijkheden waren ook geënclaveerd in de heerlijkheid Moen, onder meer Abroye, Lannoote, en Winderinge. (3)
BRONNEN: (1) “Geschiedenis van Moen” geschreven door een Zuster van Moen, handschrift, (1937) (2) Eigen documentatie/ Ter inzage gekregen documentatie (3)”’t Oud graafschap Moen” , H. Bierre (1875)