De kerk van Moen

Het is het meest aan Sint-Elooi dat Moen de kennis van het ware geloof verschuldigd is. En zie hier welke de reden is waarom Sint-Elooi te Moen op een buitengewone wijze in eer en achting gehouden is.

In de jaren 600 was er een kapel te Zwevegem gebouwd en misschien wel in het eerst gingen de nieuw bekeerde Moenenaars wel God in deze kapel aanbidden. Immers, in dien tijd waren de parochies niet afbepaald zoals dat nu het geval is en één en dezelfde kapel kon heel goed als bidplaats gediend hebben voor verscheidene omliggende dorpen.

Het is toch buiten twijfel dat men te Moen niet lang gewacht zal hebben een afzonderlijke kapel op te timmeren, en dat de eerste kerk in steen de vroegere kerk van hout zal vervangen hebben. Maar wanneer juist en door wie dat eerste kerkje van Moen tot stand gebracht is, kan men niet zeggen. Maar dat het deels door het toedoen van de Priesters-Missionarissen van Zwevegem zal geweest zijn die zich aldaar inde 7de eeuw hadden gevestigd hoeft ons echt niet te verwonderen. Hiervoor hebben we twee redenen:

Ten eerste: Zoals de kapel van Zwevegem eerst bediend was door de monniken van de abdij van Ingeimuster, en later door die Priesters Missionarissen van Harelbeke die in 1049 in een kapittel zijn veranderd geweest, zodat dit gemeld kerkje een “annescee” van Harelbeke was, zo ook waren de Kanonikken van Harelbeke grote “thiendeheffer11 te Moen en misschien waren de Kanonikken in dat voorrecht de oude Priesters-Missionarissen opgevolgd.

Ten tweede: Trouwens, wat is er natuurlijker dan het geloof overal waar zij kunnen van langsom meer voort te zetten en daartoe kerken te bouwen? Natuurlijk blijft er twijfel bestaan omtrent het juiste jaartal van het bouwen van deze eerste kerk.

Terwijl de enen beweren dat de kerk gebouwd werd in de jaren 1100, houden anderen staan dat ze wel tot de jaren 1000 opklimt, of zelfs tot de jaren 900, en ze staven hun bewering op het feit dat men in het laatst genoemde tijdvak de torens maakte, zoals het voor Moen het geval was: vierkantig en met een vierkantig dak, dat, zoals de toren zelf, niet hoog opstak. Zo merkt men aan de kerk van Moen de vermengeling van Romaanse en Gotische bouwtrant, die tussen het einde van de jaren 1000 en het midden van de jaren 1100 in zwang was.

In het begin van de jaren 1600 moest de kerk, die grotendeels in de jaren 1500 door de geuzen beschadigd was geweest, vele en belangrijke herstellingen ondergaan, in zoverre dat zij door de Bisschop van Doornik moest herwijd worden.

De laatste veranderingen aan de kerk dagtekenen van de 18de eeuw.

In 1873 besliste men de toren, in ruwe en ongelijke veldstenen gebouwd, te herstellen en de kerk een ingang te geven via de plaats en het Sanctorium te stellen waar de ingang was. Een plan werd ingediend door de provinciale bouwmeester Croquison van Kortrijk, maar de Hogere Overheid wilde geen goedkeuring geven voor ëên enkele herstelling die bij de 50 000 frank moest kosten, terwijl men voor die prijs een splinternieuwe kerk kon krijgen. En zo is het gebeurd dat men een plan voor een heel nieuwe kerk deed tekenen door de heer Degeyne, bouwmeester van Kortrijk, plan dat op het einde van 1874 goedgekeurd werd.

De nieuwe kerk in gothieke bouwtrant zal op dezelfde plaats der oude staan en wel od de oude fundamenten gedeeltelijk; de zelfde grootte of lengte en wijdde hebben, met dat verschil dat de toren buiten de kerk al voren komt.

Het getal veinsters der zijbeuken is ook het zelfde.

Gans de nieuwe kerk rust op 12 pilaren, ó al wederkanten der midbeuk; zo dat er op die pilaren zo veel bogen steunen als er in de zijbeuken veinsters zijn; deze immers staan recht over die bogen welke, met hunne pilaren, als tot encadrement dienen aan gemelde veinsters.

De Choor zal zeven veinsters hebben,

De zijbeuken hebben 7 meters hoogte; de middenbeuk tot ‘t einden den choor, (zonder kruis te maken of transsepts te hebben in ‘t midden) zal 13 meters hoog zijn en voorzien bij de voute van zo vele veinsters (kijkende boven ‘t dak der zijbeuken) als er in de zijbeuken zijn.

De uitspringende voute staat aan den voorgevel der zijbeuk, rechts ingaande. De sacristie zuidwaarts van den choor.

De toren is juist zo hoog als de kerk lang is, genomen van de ingangdeur onder den toren tot ‘t einden het Sanctuarium.

De achtkante naaide des torens heeft bijna een derde der hoogte van dien toren; 4 kleine vierkante torentjes staan nevens de naaide aan de hoeken van ’t vierkante. (1)

Op 25 oktober 1918 is de kerk in brand gekomen, alles was volledig vernield. Was het door een bom of een obus, men weet het niet. De Moenenaars waren op vlucht op bevel van de Duitsers Op 9 augustus 1921 werd de haan op de herbouwde toren geplaatst. Op 25 oktober 1921 werd de kerk officieel in gebruik genomen. (2)

BRONNEN: (1)”’t Oud graafschap Moen” , H. Bierre (1875) en (2) Geschreven in opdracht van de Heemkundige Kring Moen, als levende getuige van het verleden.