De wielersport te Moen

van 1900 tot 1940

Feitelijk is de wielersport ontstaan door de geboorte van de veloclub “Wie hadde dat gepeisd”, onder de bezieling van Maurits Devos, rond de jaren 1902. De stichters waren: Maurits Devos, Edgard Verstraete, Alfred en Jules Desmet, Jef Debrabander, Arthur Maes, Staf Verbrugghe, Octaaf Orroi en Louis Reynaert.


Het was eigenlijk een toeristenclub met een trompettersfanfare op de velo, waarmee men veel prijzen haalde, verre reizen deed, zelfs eenmaal naar Holland; ook gaf men ieder jaar een wielerkoers, genaamd “de Sinksenprijs”, die met de jaren een naam verwierf. Ik kon op Sinksen vanaf een uur de renners afwachten en met mijn kinderhart had ik er een ware verering voor. Ik heb daar zien komen: renners die het ver gebracht hebben, onder andere Defraye, Vanhecke, Vandenberghe, Masselis, Devos, enz.

Veloclub


Dien tijd was Vlaanderen in zijn volle sportglorie, immers Vanhaewaert, die een naam had gelijk Merkx nu, Pol Deman, waar vader supporter van was. In school kon zelfs onze onderwijzer vertellen over de heldendaden van Vanhauwaert; ‘t is de man die de sport omhoogstak, vele renners kwamen op, men wilde allen een Vanhauwaert worden.

Niet alleen de veloclub, die alle jaren zijn koers gaf, en wiens lokaal was bij Jules Desmet in café “De toekomst”, ook de wijkkermissen gaven koers, men had gauw een omloop; men zette een ton op straat en men moest er maar rond draaien.

In 1913 gaf de Veloclub ter gelegenheid van haar 10-jarig bestaan de grote koers Moen-Gent-Moen. Was me dat een slag; reis ne keer van Moen, naar Gent en terug.
Maar er was nog meer: twee van Moen deden mee: Honoré Montens en Richard Clairhout. Veel bijval had die koers niet bij de deelnemers, er waren er, geloof ik maar twintig, maar véél, véél volk.

Vindevogel en Soens Cyriel, Callens, onze mannen waren 15 en 16 en we riepen vol bewondering: “Zijn ze daar ook al?” op 18 minuten. ‘k Moet zeggen dat ze ongelukkig geweest waren. Tot daar dan de Veloclub voor den oorlog 14-18.

Er was ook een vereniging: “De Boers”, lokaal bij Jan Lanneau “In de kloef”. Was me dat een club waar veel leute en plezier in stak als men wist dat de kopmannen Henri Verbrugge was en Camiel Seynaeve, dan wist men genoeg, want dat waren de twee topfiguren van Moen. Die club was gesticht uit sympathie voor de Boers van den Transvaal, Zuid-Afrika, die in oorlog waren met de Engelsen.

Kostuum: een brede gerande hoed, een riem die dwars over het Iichaam was opgehangen , een goed nagemaakt geweer met een strijdlied op de wijs van “De Heren van Zichem”.


We zijn de boeren van Transvaal
die zo geerne schieten (bis)
we zijn de boeren van Transvaal
die zo geerne schieten
naar den Engelsman

Ook gaf men een koers voor parochianen. Op de kermis was dat een schonen dag vol feestelijkheden aan ’t Kloefke. Mastklimming, ringsteking, rijden om ter traagst, door tonnen kruipen vol blauwsel, kortewaqenkoers, valiezenkoers. Men moest een valies afhalen aan een aangewezen plaats; na een rond of twee rond de ton gereden te hebben, was ’t nu geluk te hebben wat voor een valies men had, want er waren vrouwenkleding en allerhande kos¬tuums. ’t Was leutig en plezierig! Jammer genoeg is daar nu niets meer van te merken. De oorlog zijn ze niet meer boven gekomen.


ONZE RENNERS IN DEN TIJD VOOR DE OORLOG 14-18


We hadden een zekere Matton die gehuisvest was bij baas Matton, “In de Casino”, waarvan men zeide dat er een heel goede renner in stak, maar hij is gesneuveld.
Richard Moreels, Remi Vanwijnchene, Remi Desmet, later Remie Montens, Pieter D, Arthur en Rigole en Baert, die twee laatsten gesneuveld. Richard Moreels was den besten van Moen; toch waren het allemaal renners die buiten de gemeente niet te veel te zeggen hadden.


Ook Honoré Montens en Richard Clairhout waren begonnen.
Ik geloof dat het alles is wat ik nog weet over de sport van voor de eerste wereldoorlog.


Tijdens den oorlog lag natuurlijk alles stil; want de fietsen moesten ingeleverd worden; men mocht niet van de gemeente zonder een speciale paspoort.


Na de oorlog waren Richard Clairhout en Honoré Montens daar weer, maar kwamen niet ver. In 23 gaven wij met enige sportmannen een koers in de weide van Brabanders. Het zou wat zijn! Pol Deman, een groot renner, die Parijs-Roubais, Ronde van Vlaanderen, Bordeaux-Parijs gewonnen had, zou voor de grote renners zorgen. Het zou iets zijn uit het bovenste schof, maar de dag van de koers was daar en Pol had één renner, een zekere Debelder van Antwerpen. We stonden paf. Van de nood een deugd gemaakt en we zetten onze beginneling Clairhout in tegen Debelder. Ook reed Pierre Van Acker met de moto tegen iemand van Aalbeke, en ’t spel was gered, maar Pol heeft nooit nog voor iets moeten zorgen.

Grote Prijs Pol Deman


’t Was in de valiezenkoers dat toen een klein manneke, Camiel Clairhout, begon en bewees dat er iets in zat. ’t Is hem en Jerom Matton’, en het ontstaan van de sportclub “De Pol Demanvrienden”, dat Moen een echte sportgemeente kwam, dat Moen in vuur en vlam kwam voor de sport.
We gaan eerst die twee renners ontleden. Als we van twee, één konden maken, hadden we volgens mijn woorden een hele goede renner gehad. Camiel Clairhout had klasse. Hij bewees, als hij er zin in had, veel goed aan te kunnen, maar de moed ontbrak, de wil om te oefenen ook. Terwijl Jerom Matton, die geen klasse had, maar moed ,…mens toch, dat ventje kon rijden: zo nijdig tot het geen kruimel macht meer had, ’t was een duivelke op zijn velo. Ze hebben schone uitslagen gehad; Camiel won zelfs de grote Paasprijs in Hekelgem, waar al de beste van België in zaten, de grote prijs Pol Deman, waar hij de onklopbare Delobelle klopte.

Jerom die zat meer in het noorden van Frankrijk en bond de strijd aan tegen de mannen, in die tijd een klasse hoger, zoals de gebroeders Debaets, Huyse, Demuyse, enz. In koersen van 200 tot 300 km haalde hij veel schone prijzen.
In 1924 werd feestelijk de sportfakkel aangestoken door de sportclub “De Pol Demans vrienden”, die toen van Moen een van de beste sportgemeenten van Zuid-VIaanderen zou maken. Lokaal bij Remi Vanwijnghene.

Bestuur: Van Lancker Arthur, Jules en Leon Clairhout Gentiel Orroi, Felix Devos, Maurits Vanoverbeke, Jerom Desmet, Hiloné Balcaen, enz (spijtig als ik iemand zou vergeten zijn.)
De eerste grote prijs Pol Deman werd gewonnen door:

  1. Achiel Leenaerts van Kortrijk;
  2. Logghe van Torhout;
  3. Jef Wouters, die later tweemaal kampioen van België zou worden.
  4. Camiel Clairhout;
  5. Jeroom Matton;


De twee Moensen hadden de sprint van veel te ver ingezet, en werden in dien gevaarlijken bocht aan de fabriek, die zij zeer goed kenden voorbijgestoken langs den binnenkant.

De koersen kwamen als paddestoelen uit de grond, immers er kwam, nog een sportclub bij: S.V. Keiberg met aan kop Charles Goubert. Remi Nijs en tal van anderen, lokaal Adhemar Saffers. Die gaven ook telkenjare hun koers zonder te rekenen met de 1 mei-vierder die ook hun koers gaven en wijkkoersen, zoals Broekenhoek. Kortom, alle jaar waren er te Moen ten minste 6 à 7 koersen, allen met medewerking van de Pol Demansvrienden.

Velodroom


Tijdens die jaren hadden we toen aangename uren beleefd; maar ook tegenslag, verdriet en miserie. Ook zouden we veel anekdootjes kunnen vertellen te wijten aan onze onwetendheid, geestdrift.

Peis ne keer, in Ronse belden we naar Moen, dat Camiel gewonnen had en waren zeer verwonderd dat ze het niet wisten. We hadden geen nummer aangegeven; we wisten niet dat ze zo vies vielen, ze hadden nu een nummer nodig. René, een sportmakker, had zijn kodakske mee, hij trok Camiel toen hij bij de vlucht was, maar ze waren hem te rap, zo zei de hij: ze waren al tien meters voorbij, hij kon niet trekken door hun snelheid. Wij zeiden: “Dat zal me nogal ne kerel worden, zo vlug, dat ge hem niet kunt trekken!”

Na diezelfde koers, beneden de Kwaremont, zou René een schone foto maken van onze groep, allen schoon samen met Camiel in ’t midden, en lappe, we stonden er op. Acht dagen later vroeg ik hoe het met die foto was. “Goed” zei hij, “Klaar en schone, maar er werd een fout begaan; onze hoofden waren vergeten, men kon ons maar herkennen aan onzen plastron.” En dan kwam de periode van de aarden Velodrooms; bijna op iedere gemeente een piste. Ook de veloclub bleef niet ten achter, en maakte er een in Pauwels lage weide. Iedereen was pisterenner: Camille Clairhout, Deweer.

Ook de zes uren van Moen, ditmaal met Degraevelinck. Met veel moeite kon men een ploeg vormen met Clairhout-Matton; maar ze waren niet opgewassen tegen een ploeg Delobelle-Anijs, die waarlijk onklopbaar waren. Er was zelfs een ploeg Vanhooilant- Dewit, een onklopbare ploeg uit Limburg. Vele groten van toen. Allen moesten in hun meesterschap geloven.


Ook daaraan kwam een einde: een voor een verdwenen de velodrooms. Dan kwam de crisis, en die deed zich ook gevoelen in de sport. Wel werden nog gegeven: de grote prijs Pol Deman, de grote Sinksenprijs, ook de Keiberg, de 1-mei prijs, maar de meerdere van kleinere categorieën, onder andere koersen onder de 14-15-18-jaar enz.
Norbert Crepel won eens het kampioenschap 16 jaar in Rumbeke, onder de deelnemers waren er veel deelnemers van Harelbeke.
’t Ging zo erg dat ineens op kermis een driedaagse gaf voor beginnelingen, zuiver betaald door de gemeente.

De zondag op plaats, de maandag Sint-Denijsstraat, de dinsdag Kapellestraat, want toen waren er drie dagen kermis.

Ook gaven de Pol Demansvrienden hun kampioenschap op de tweede dag; en dit was nummers afhalen in de café. Die eerste in het lokaal toekwam was kampioen. Dan de huldiging de woensdag of donderdag na de kermis. Met een rijtuig te paard trok men door de straten van Moen, goed bedacht met bloemen. Was me dat een feest!


Onder deze kampioenen waren Jules Clairhout en Felix Devos, ’t waren de juiste gepaste personen, goed gekend voor hun geestig, luimig karakter. Dan kwam de tweede oorlog en als je denkt dat het weer gedaan was, dan zijt ge mis, want toen kwam er een tweede bloeiperiode voor de sport.


Je moet weten dat er tijdens de oorlog te Moen een fabriek was: men maakte zeep, aardappelbloem, sigaretten, pudding…en alles moest weggesmokkeld worden, en daar werd grof geld mee verdiend en dat kwam de sport ten goede. Immers, de Pol Demansvrienden veranderden van naam en werden Sportvereniging S.V. Moen onder leiding van Van Lancker, Firmin en Marcel Verriest, Michel Vervaecke, Silver Breda, Albert Matton, H. Balcaen.

Arthur Van Lancker, in opdracht van de Heemkundige Kring “Mulnis”