Firma Graty
Het ontstaan van de Firma GRATRY is te danken aan de Bleit beek, op die plaats waar de fabriek is opgetrokken. Daar waren rookputten waar een opstopping was met schoven waar het water kon opgehouden worden en ook leeg-gelaten worden en alzo kon daar in die bassin een grote hoeveelheid water opgehouden worden voor de stoomketels en de ververij, en aan de andere kant lag het kanaal Kortrijk – Bossuit voor toevoer van steenkolen.
In 1895 is de fabriek haar werkzaamheden begonnen met de directeur Georges Beke, verver Camiel Van Moeschroen; de preparatie was waargenomen door de heer Petie uit Kortrijk, de aprée door de heer Prosper Kromelinck uit Ronse. Dhr. Georges Beke was Gentenaar; de administrateur Dhr. Leon Delvoie uit Kortrijk.
De fabriek werd regelmatig uitgebreid; er waren toen 60 à 70 getouwen plus enige thuiswevers, dit werd uitgebreid tot 458 getouwen, met het aanbouwen van een nieuwe ververij, nieuwe bobijnzolder en scheerzolder, nieuwe machinekamer,’ en als machinist Felix Moreels, die tot 1914/15 het stuur in handen had. Dhr. Gratry, zoon, had reeds de plaats van vader Gratry ingenomen; hij sneuvelde aan het Franse front. Ze hadden nog fabrieken in Rijsel, Halwijn, Valpararevo. Deze fabriek werd dan overgenomen door Dhr. Leon Delvoie, en later kwam er een spinnerij bij en kreeg de fabriek een andere naam.
Filature Et Tissaux De Moen heeft den goede tijden gekend tot 1930. Dan was er de crisis in 1933; DaN is de voortbrengst beginnen te verminderen; de productie verminderde van dag tot dag.
Nog even de directeurs opsommen van de firma Gratry: Georges Beke, Achiel Beke, echtegnoot van Mevr. Helena Debrabandere, Dhr. Demey, Gentenaar, Dhr. Vantitelboom, Brusselaar, Dhr. Richard Bonte.
We zijn in 1939. Op zekere dag moest meneer Bonte naar Brussel. Bij zijn thuiskomst bemerk ik, Jules, meneer Bonte die thuiskomt. Hij gooit zijne pardessus op de trappen, komt bij mij en zegt gejaagd: “Wilde wat weten?”
Ik vraag : “Is er nieuws ? “Ja, ” zegt hij, “er is groot nieuws. Dat de weverij verkocht is.” Ik stond als aan de grond genageld. “Ja, ja,” zegt hij, “En wilde weten aan wie. Aan Bekaert van Vichte, voor ne spotprijs. Had ik dat geweten, ik kocht ze zelf!. “
En nu kom in aan onze derde firma. Ik kan niet anders dan lof spreken over de firma Bekaert; hij heeft ons weer aangenomen en wij zijn niet stiefmoederlijk aangenomen. We hebben goed onze boterham verdiend, ik kende gans de fabriek, en ik was een knutselaar; ik had het geluk dat ik allerlei karweitjes kon opknappen, en zo kwam ik in contact met de bazen en nu ik op pensioen ben, mag ik nog vissen in de vijver van Dhr. Eugene Bekaert. Want dit is mijn hobby waarvoor ik nog leef.
Ik zat voor een paar dagen nog te vissen en Meneer Eugene Bekaert komt me regelmatig bezoeken, hij had het deze keer over de koop van de fabriek en hij stelde de vraag of ik wist voor hoeveel hij de fabriek gekocht had. Ik antwoordde: “Ja, meneer Bonte heeft het mij gezegd.”
Ik moet, na die enige regels geschreven te hebben, mij bekend maken. Wel, ik ben gesproten uit een gezin van elf kinderen, als derde op aarde gekomen, vader en moeder vormden een christelijk gezin; ons moeder was een lieve vrouw die altijd bekommerd was om het lot van haar kinderen, en ook om haar evennaaste; het was een begaafde moeder. Zij was de twee talen meester: Frans en Vlaams lezen en schrijven. Ik denk dat we alles geërfd hebben van moeder. Het was een goed geziene vrouw op onze gemeente; ondanks haar groot gezin vond ze nog de tijd om bij welhebbende mensen te gaan koken.
Ik heb tot elf jaar en een half school gelopen; de schoolplicht was tot twaalf jaar; omdat ik nog geen twaalf jaar was, moest ik nog een jaar naar school gaan, maar moeder vond daar iets anders op. Ze vroeg om me zes maanden ouder te doen tekenen, dus kreeg ik een werkboekje en mocht naar de fabriek gaan werken van ‘s morgens zeven uur tot zeven uur ’s avonds, aan een halve frank daags – 3 frank in de week. Toen ik de eerste keer mijn daguur aan moeder gaf zei ze : ’t Is goed, jongen, ‘t is algelijk zeven broden”.
Mijn verdere studies was avondschool en zondagschool bij meester Brys. De beste schoolmeester die ik gekend heb. Hij besteedde al zijn vrije tijd aan de Moense graag lerende jeugd.
Ik moet nog zeggen dat ik vijftig jaar heb doorgebracht in hetzelfde bedrijf.
Het doet me genoegen dat er nog een Moenenaar is die het fijne van zijn gemeente wil weten.
En dan nog een vrouw, met name Antoinette Vandenbulcke. Ik denk dat u zult tevreden zijn met mijn enige regels die ik voor u geschreven heb.
Gedaan te Moen den 15den juli 1975 om 20 uur,
weergegeven door Jules Clairhout, genaamd Pekkie, 81-Jarige, Herembodegemstraat 63 Moen.
BRON: Geschreven in opdracht van de Heemkundige Kring Moen, als levende getuige van het verleden.