Godsdienst en zeden

De Moenenaars zijn allen Rooms-Katholiek, die, op enkele uitzonderingen na, hun plichten van Christen Mens goed vervullen.

Het volk is zeer werkzaam, wat ruw van aard maar vriendelijk, behulpzaam en spraakzaam met de vreemdeling. Een deel van de bevolking leeft zeer matig, maar ongelukkiglijk verkwisten velen hun geld en hun gezondheid in den drank.

Op de 96 herbergen zijn er 90 waar bedektelijk sterke dranken verkocht worden. Onder die drinkers vindt men natuurlijk geen spaarders. Onder de matige lieden zijn er velen die sparen. In de gemeenteschool hebben 96 op 132 een spaarboekje. Slechts 190 bewoners van de gemeente zijn leden van de pensioengilde. 50 leden maken deel uit van de onderlinge bijstand. De Moenenaars zijn liefhebber van ‘t spelen met de kaart en van het kegelspel.

De jonkheden van beide geslachten (vooral de fabriekswerkers) verzetten zich op de ommegangs- en kermisdagen met het dansen.

Er bestaat op Moen een maatschappij van handboogschutters met 18 leden; een veloclub met 30 leden en de Zuid-Afrikaanse Boers met 50 leden. Daarbij is er nog een maatschappij van Vinkeniers die jaarlijks op tweede Sinksendag een prijskamp voor blinde vinken geeft. Vele liefhebbers van de wrede hanengevechten en nog al menige lijnvissers.

Jammerlijk is de gemeente verdeeld in twee partijen voor de gemeentepolitiek. De oorzaak hiervan is familietwist, maar nog meest een onbepaalde heerszucht van enige invloed hebbende families. Gelukkig wordt er veel gedaan om de vrede te herstellen onder de partijen, en er is grote hoop dat met de aanstaande verkiezingen alles zal in orde en eendracht hersteld worden. God gave het voor ’t welzijn van het geliefd Moen, De inwoners leven in goede betrekking met al de omliggende gemeenten. Vroeger bestond een grote vete tussen Moen en Heestert, die somwijlen tot bloedige gevechten overging. Nu is alles veranderd en er bestaan menigvuldige betrekkingen tussen beide gemeenten.

Moen heeft nochtans bij de vreemden een slechte faam, die ongelukkiglijk van over 70 jaar overgebleven is. Dan waren de bewoners van Moen op sommige wijken zeer slecht. Niet zelden gebeurde het dan dat verachterde reizigers die door het dorp reisden aangevallen en mishandeld werden. Ook was het vechten met messen algemeen.

BRON: “Geschiedenis van Moen” geschreven door een Zuster van Moen, handschrift, (1937)