Heerlijkheid van Mouwe in ‘Verheerlykt Vlaandre” 1735

Naby de twee laatstgemelde Heerlykheden is die van Mouwe gelegen; zy behoort aan de Heren van Baronaige, en is even als de Steden, met een kasteel, Markt, en jaarmarkt versiert.
Het Geslacht van Baronaige is, voor het overige, een aloude Stam in Vlaandre, dewelke veele voortreffelyke Mannen die voor, en gedurende den tyd der Prinsen van Bourgone, het Ampt van Paltz-Graven en andere hoge waardigheden bekleed hebben, heeft voortgebracht en onder deze munt Joan van Baronaige Zoon van Arnoid van Baronaige, en van Alicia van de Vichte die met Margreet van Mouwe, Erfename van de Heerlykheid getrouwt is geweest boven anderen uit. Dus spreekt Gramay daarvan.
Op het jaar 1323, wanneer die van Brugge de Stad Sluis belegerden en plunderden, leert men, dat zy onder andere voorname Edellieden gevangen genoomen hebben Florents van Borsele, Simon van Brugdam, en Joan Baronaige, wiens Vader, of Grootvader, zoo ik meene, geweest is Joan Baronaige, die met Graaf Guy van Dampierre na Vrankryk vertrokken is, en met hem aldaar dezelfde gevangenis uitgestaan heeft.

Kopie van de bladzijde in “Verheerlykt Vlaandre – Tweede deel” p. 15 en 16, van Anthoni Sanderus, 1735.
Druk Uitgave Veys, Tielt, 1974

Dit Geslacht is met de Edelste Huizen van Vlaandre en Braband, zoo door den Bloede, als door Huwelyken vermaagschapt, en voornam!yk met de Baander-Heeren van Rode, Heine, Deskornaix, Enghien, Brimeu, Aarlebeke, Kourtoisin, Hamerikourt, Maldeghem, Serfinders, Halewyn, St. Omer, Varnewyk, van Heurne, Melle, Saemslacht, Eervelde, van Belle, Vilain van Gendt, Bette, Berchem, Hinkaart, van Ligne, ’t Serraas, Kabbellieu, Keltergate, van der Grikkele, Imbiese, en andere; alle welke Geslachten in Vlaandre zeer wel bekent zyn.

Of schoon die van Baronaige uit het laatstgenoemde Gewest gesproten zyn, en zedert veele Eeuwen hun bestendig verblyf in het zelve hebben gehouden, vertrok de Ridder Joan Baronaige echter in 1330 na Braband, en begaf zich aldaar in den Echten staat. Hy was door Graaf Guy van Dampierre aan Joan den I. Hertog van Braband, derwaard gezonden, om den Oorlog, welke tusschen die twee Prinsen ontstaan was, door een Verdrag te eindigen. Van dezen (taak?) kweet hy zich met zoo veel behendigheid en wysheid, dat Hertog Joan by velen wien hy veel vermogt, aan hem Kattryn van (Waure?), Natuurlyke Dochter van zynen Broeder, ten Huwelyk gaf, nevens de Heerlykheden van Pamele, Park, en Elewyt.

Deze goederen vervielen eindelyk in eene rechte Lyn aan Willem van Baronaige, die insgelyks Heer was van Herseaux en Oyke; die zonder mannelyke Kinderen kwam te sterven, en ale die Heerlykheden aan Margreet van Baronaige, zyne eenige Dochter en Ergenaame, en Huisvrouwe van Frederik Marselaar, een Man, uitmuntend door den Bloede en zyne Geleertheid, naliet.

Voorts hebben die van Baronaige, gelyk reets aangeroert is, hooge Bedieningen in Vlaandre (beleed?). In 1365, was Joan van Baronaige, Groot-Baluw van Ipren, en in 1349, een andere Joan van Ipren, gelyk de Staats-Schriften der Vergaeringen van Vlaandre getuigen, Baluw en Landvoogd van de Rechts-gebieden van la Lauwe, en van la Gorge. Andere hebben als Hoofdmannen en Veld-Oversten het Bevel over de Krygsbenden der Gendtenaars gevoert.

In 1349 trouwde Joan van Baronaige, Heer van Mouwe, met Agneet vander Koutere, en Frangois van Artevelde, in ’t zelfde jaar met Elizabeth vander Koutere, waaruit blykt, dat het Geslacht van vander Koutere in dien tyd mede vermaard geweest is.

In Vlaandre en Brabant heeft dit Geslacht van Baronaige nog verscheide andere Leengoederen cn Heerlykheden gehad, gelyk als, Heerenhuize en Bevere; Wielemaale (zynde eene Vrye Heerlijkheid in Braband) Mouwe, Moerseke, en Oycke, en het ontbreekt aan geene Schryvers die verzekeren, dat de laatsgemelde Heerlykheid meer dan zeven hondert jaren in het gemelde Geslacht geweest is.

Dat die van Baronaige voormaals genaamt zyn geweest van de Wede, verzekert Elpinoy in zyne Oudheden, die er byvoegt, dat zy onder dien Naam bekent waren, voor dat Godevaart van Bouljon Jeruzalem innam.

Tekening uit “Verheerlykt Vlaandre – Tweede deel” figuur nr. 9 van Anthoni Sanderus, 1735.
Druk Uitgave Veys, Tielt, 1974

Op het jaar 1232. leest men, dat Joan van Baronaige, Ridder, en Heer van Moude (Mouwe) Huyke, Lede enz. en zyne Huisvrouw Kattryn van Bruveul aan onze L. Vrouwe Galthuis te Oudenaarde, tot onderhoud der Armen drie morgen en acht en twintig Roeden Lands, gelegen in de Velden van Bevere by Oudenaarde, geschonken hebben, zynde Margreet van Hemsrode toen Priorisse van dat Gasthuis. Voorts belastte hy aan Robbert van Gavere, Heer van Anshove, Nokere, en Bevere, die Priorisse in het volkome bezit van die Landeryen te stellen; doch onder voorwaarde van eenige Gebeden voor hem, en voor zyn Geslacht te doen, en enige aalmoessen aan de Armen uit te delen, zoo als breeder te zien is uit den ouden opdragt-Brief, welken ik in handen heb gehad, en dewelke door Lodewyk van Hemsrode, en Arnoud Kabeljauw, beide Ridders; en door Arnoud Pennink; en Joan van Tydeghem, Leden van den Raad van Oudenarrde, als getuigen onderteekent is.

Uit “Verheerlykt Vlaandre – Tweede deel” p. 15 en 16, van Anthoni Sanderus, 1735.
Druk Uitgave Veys, Tielt, 1974