Infrastructuur
Moen is doorsneden van Noord naar Zuid door de vaart van Kortrijk naar Bossuit en wordt doorlopen op de N.-O. -kant door de Ijzerweg Kortrijk – Ronse en aan de Zuidkant door de Ijzerweg Kortrijk – Oudenaarde. De werklieden kunnen bij voorbeeld voor een wekelijkse betaling van een kleine somme alle dagen naar de fabrieken van Robaais trekken, daar grote lonen verdienen en ‘s avonds om 8 uur in hun familie zijn.
Verder de steenwegen van de straat Kortrijk – Oudenaarde ligt op een lengte van twee kilometer aan de Oostkant van Moen en dient als scheidingslijn tussen deze gemeente en Heestert. Daarbij de gemeente steenwegen Moen (statie) Bossuit, die 3 324 meter lang is en deze van Moen-Plaats naar Sint-Denijs die 1 728 meter lang is op het grondgebied van de gemeente, en de 21 123 meter grenswegen verzekeren aan de bewoners van Moen een gemak van verkeer en vervoer dat niet een gemeente van een kanton bezit. Wij zijn rechtstreeks verbonden met de steden Kortrijk en Oudenaarde, en op tien minuten afstand van de staatsbaan Oudenaarde – Doornik, die ons het onmiddellijke verband geeft met de Walenstreek. Typisch voorbeeld: al het vlas van de Walenstreek dat naar de Leie vervoerd wordt, rijdt grotendeels door Moen, die de kortste en meest rechte gemeenschap geeft met de Leiestreek.
De vaart van Kortrijk naar Bossuit, die in ‘t jaar 1859 gegraven werd is 15 km 387 lang, 2 m. 20 diep, 10 meter breed op de bodem en 16 m. aan de watervlakte. Hij is van dubbele elhelling en heeft 10 sluizen en 11 sassen. Hij wordt gespezen door he t Scheldewater dat te Bossuit uitgepompt, via een onderaardse duiker naar Moen vloeit en aan sas nummer 1 , zijnde het hoogste punt van de vaart in deze uitloopt. De vaart doorloopt de gemeente van het noorden naar het zuiden op een lengte van 5 kwartier uurs. Aan de noordkant van de gemeente loopt die vaart onder een tunnel van 665 meter lang en 6 m. breed. Door die vaart varen gewoonlijk 100 schepen per maand, geladen met kolen of bouwmaterialen, kalk, cement, arduin. De landbouwers van de gemeente benutten de vaart voor het vervoer van suikerbieten.
Langs die vaart zijn gebouwd: een grote stoommechaniek-zagerij, een grote mechaniekweverij en een grote fabriek voor fantasiestenen.
BRON: “Geschiedenis van Moen” geschreven door een Zuster van Moen, handschrift, (1937)