Kamers van Rhetorica

Er blijven slechts enige Argumenten of Programmen van de Rhetoricakamers van Moen, maar genoeg om ons tot staal te dienen en tot maatstaf der kennis en des levers der dichtmeesters die wij op het oog hebben.

Zo is het dat de kunstminnende jonkheden van Moen, van de 8ste tot de 22ste september 1754 viermaal vertoonden het leven en de dood van de H. Eligius, patroon van de parochie en Graafschap van Moen.

Bijna ieder jaar veranderden de Rhetoricamannen van naam, In 1760 vertoonde de leerzuchtige jonkheid viermaal een droefgeestig treurspel, getiteld “De overwinnelijke standvastigheid voor het H, Roomsch catholiek geloove en rechtveerdigheid vertoont in den onverwinnelijcken Kloeckmoedigen Thomas Morus, colcelies van Engeland, onder Henricus VIÏI”.

In 1761 gaf De Rijm-kunstminnende jonkheid vijfmaal het “Blijeindig treurthoneel behelsende den rampsaligen ondergang van Constantinus, letsten Griekschen Keyser, voorvallen in 1453. De glorieuze victorie van Rhodes, bevochten op het Turkse leger, onder het bevel van Aluis, grooten Visier van Mahomit, nieuw speelwijs op rijm gestelt, en voor d’eerste reyse thoneelwijs vertoont”.

Zevenmaal vertoonde men in 1762 het droefeindig treurspel van Sinte Godelieve. De bijval door de jongmans bekomen deed zelfs aan de jonge dochters van Moen lust tot de edele kunst van Rhetorijkers opvatten, en de Rijmkunst-minnende jonge dochters aarzelden niet het blij eindig treurspel behelsende het goddeloos leven en de bekering van Margareta van Cortena negen maal te vertonen in 1766.

Zo groeide de smaak aan van het Moense volk voor het toneelspel.

De schone Kunsten in ‘t vak van toneelspelers zijn met de Franse tijd uitgebloeid en verwelkt; maar zij hebben in een ander vak beginnen te bloeien. Ik wil spreken van een Muziekcorps of Fanfaremaatschappij reeds rond het jaar 1840 te Moen, onder de naam van “Vereenigde Vrienden”.

Dit corps heeft zich meermaals in volksfeesten doen onderscheiden, getuige hiervan het groot aantal eremetalen die de vlag in roodzijde pane versieren.

BRON: “Geschiedenis van Moen” geschreven door een Zuster van Moen, handschrift, (1937)