Knechtjes- en meisjesschool

Alle begin is klein en gebrekkig, en ‘t is is maar bij langdurigheid van tiid dat vele zaken tot wasdom en volkomen staat geraken. Zo was het ook voor de school van Moen gelegen.

Van voor ‘t jaar 1820 bestond er op de gemeente van Moen een spinschool onder het bestuur eerst van ROSA D’HAYE, dan van AGATHA SCHERPEREEL, die terzelfdertijd leermeesteres waren.

Later ging het bestuur over naar BERNADINA BETRIMIEUX, wereldse jonge dochter, die in de wandel ZUSTER BERNARDE genoemd werd. In die spinschool waren meisjes en knechten aanvaard. Het godsdienstig onderwijs werd onderwezen door de meest gevorderde leerlingen aan de minst gevorderde leerlingen en als zij hun catechismusles kenden, mochten ze bij de schoolvrouw om ze op te zeggen, die al stoppend, of naaiend, of ander werk verrichtend min of meer hoorde wat de kinders hakkelden. Toen dus bestond het individueel onderricht.

In 1852 werd de gemeenteschool gebouwd voor knechten en reeds vroeger een meisjesschool waarin het hoger onderwijs regelmatig en met vrucht gegeven werd. Nu zijn er twee klassen in de gemeenteschool en welhaast zullen er drie zijn; en in de meisjesschool vindt men drie lagere klassen, één overbevolkte bewaarschool en een voorbeeldige spellewerkschool, waar de kinders benevens hun handwerk nog voort onderwezen worden in de christelijke lering, de moedertaal en de rekenkunde. Er bestaan ook twee scholen voor volwassenen, met vijf klassen en 180 tot 200 leerlingen en éên avondschool met twee klassen die regelmatig gevolgd worden door 50 tot 60 leerlingen.

Ook mag men met voldoening bestatigen dat al wie regelmatig de school bijgewoond heelt, wel kan lezen, schrijven of rekenen. Velen nog zijn min of meer gevorderd in de Franse taal, die voor onze bewoners een noodzakelijkheid is, gezien onze nabijheid en menigvuldige betrekkingen met Frankrijk.

BRON:  “Geschiedenis van Moen” geschreven door een Zuster van Moen, handschrift, (1937)