Kunstambacht: spellewerkers
1840
E.H. Decancq, pastoor van Moen, richtte in Juli van dat jaar eene speldewerkersschool op met zijn eigene penningen. In de school aanveerde men van langs om meer kinders naarmate het de geldmiddels en de plaats toelieten.
Den 21 mei 1841 kreeg pastoor Decancq eene hulpsom van 300 frank. Ook in 1841, in antwoorde op een geheele litanie vragen door de Districtskommissaris gedaan, werd onder andere gezegd dat er eene enkele meesteresse was (wel te verstaan voor de spellewerksters) met een tractement van 30 frank per maand, dat het getal spellewerksters bekwaam om iets te winnen 18 was, dat de winste van ieder zuiver- uit 20 centiemen daags bedroeg, dat zij voedsel kregen naarmate pastoor Decancq het kon betalen, dat men katoen en geen vlas bevrocht, dat het gevaarlijk zou geweest zijn vlas te doen bewerken uit hoofde dat het lokaal te klein zijnde er geene genoegzame middels hebbende om eene afzonderlijke plaats eraan te bouwen (wat men verhoopte algauw te doen) de spellewerksters genoodzaakt waren in één en hetzelfde lokaal te werken, dat er voor 90 frank spellewerk gemaakt wierd, dat al dat geld, zonder de minste achterhouding aan de kinders gerekend was, dat de spellewerksters ook lessen van Godsdienst en zedeleer ontvingen, maar dat andere lessen aan hunnen vrijen wil overgelaten waren, dat de eenigste hulpsom tot dan toe bekomen 300 frank bedroeg, dat eindelijk het lokaal aan eenen bijzonderen persoon toebehoort. Deze is de weledele heer Prins de Montmorency-Luxembourg, getrouwd met een jonkvrouw de Croix, die zoo ’t men zien kan in den familiestamboom der heren van Mouwe, erfgenamen zijn van de oude heerlijkheid. Die heer Prins geeft hedendaags nog telkens dat hij zijn jaarlijks bezoek aflegt, zekere som om de meisjes te leren.
1850
Spellewerkschool telt 63 kinderen, met Amela Boteca van Reninghelst voor meesteres.
Bron: “’t Oud Graafschap van Moen, Bierre, 1875”
1917
In dit jaar verdween de spelwerkschool.
1976

In dat jaar werd opnieuw een initiatief genomen om te beginnen met het aanleren van dit oude Moense kunstambacht.
Ten huize van A. Rommens-Vandenbulcke, Bossuitstraat 29 Moen, wordt er iedere woensdagavond les gegeven.
De eerste leermeesteres was Mevrouw Fidesta Dewijn-Desmet, zij was nog leerlinge van de vorige kantschool van 1917. Daar werd vooral stropkant aange¬leerd, maar nu is men verder geëvolueerd naar het maken van het klassieke kantwerk.
Zo kan men gerust zeggen dat dit eigen oude kunstambacht bij ons in Moen niet meer zal uitsterven. Men is nu reeds aan de vierde jaargang toe en de lessen worden iedere woensdag door een 14 à 20-tal leerlingen bijgewoond.


Vlnr: Mevrouw Dragon-Mijle, Mejuffrouw Odette Mijle, Mevrouw Chombaert, Mevrouw Holvoet