(1) Moen in Woord en Beeld

Artikel uit ‘Het Nieuwsblad’ 1961
De molen werd afgebroken in juni 1961

Molen, afgebroken in 1961

Vriend Molen

Voor Zjuul die bij droog en nat
wuifde door ’t venstergat

Beroerd doorhuiverde ons je wrak
voorheen, waaruit het heimwee sprak;
je kreupelkruis met open armen
bad nog de hemel om erbarmen.

De Elite van cultuur en poen,
bedrijvig en voorzienig toen,
droeg een griffoen in haar blazoenen,
met witte veertjes … om te zoenen.

Maar de heren schudden uit hun mouw
een resem ergernis en rouw
voor wie oprecht met woord of teken
onthulde hun fraaie vossenstreken

Bij wijlen droomde hun rustloos brein
hoe nuttig je karkas kon zijn
uniek voor schreeuwbord van plakkaten
bij de verdeling van de agaten.

Maar Sire, le bel-esprit der bent
en god van kunst en wet en trend,
besloot je nietig te verklaren,
seniel verrezen door de jaren.

Jij, die in wilderig weer en wind,
je geselen liet door vrouw en kind,
je was nog wangedrocht voor de ogen;
daar viel niets tegen te betogen.

Midden hun roes ultra beleid,
verdwenen in vergetelheid
werd jij roemloos achtergelaten
door godvergeten potentaten.

Geen één heeft zich om jou ontfermd.
Nog kreunt de grond, de onthoofde berm,
waar spoken sombere hoenderkoten
naar zielen in hun wiek geschoten.

Nog dwaalt je schim het erfgoed rond
tot schande van ’t cultuurverbond;
toen eerst de “souterrain” vergruisde,
kwam Rika die de geesten kuiste.

Niet één van ons kan nu verstaan
hoe laks zij alles lieten gaan:
de bonzen die cultuur verbreien
met onnatuur en huichelarijen.

Jij, onze grootheid, onze praal,
versjacherd buiten elk verhaal,
jij blijft voor ons voorgoed verloren; –
wist ooit de tijd die krasse sporen?

Je lot heeft ons eens meer geleerd:
“vergeet” wie onbevoegd bezeert
ook ’t vroom archief heeft neergeschreven:
“vergeven” doet de dwaas begeven.

Adelson Castelain 6.1.1980

Verdwenen molen