Onderwijs
Oktober 1976 – Meester G. Dewijn
In het jaar 1932 besloot den Heer Frans Brijs, schoolhoofd van de Gemeentelijke Jongensschool te Moen, met vierenveertig jaar dienst zijn ontslag te nemen. Het gemeentebestuur telde dat jaar slechts zeven gemeenteraadsleden. Er waren er twee gestorven en gezien de gemeenteraadsverkiezingen dat jaar moesten plaats grijpen werden deze niet meer aangeduid.
Het Gemeentebestuur aanvaardde zijn ontslag en de plaats werd open verklaard. De pers publiceerde de openstaande plaats. Na de verlopen tijd stelden zich vier plaatselijke kandidaten zich voor: Heer Jozef Moerman, onderwijzer te Moen, Heer Aster Brijs, onderwijzer te Lendelede, Heer Georges Dewijn, leraar aan het klein seminarie te Roeselare en ten slotte den Heer Firmin Libbrecht, onderwijzer te Lendelede.
De stemming had plaats de zaterdag voor Sinxen 1932. De belangstelling in de gemeente was groot en veel nieuwsgierigen waren aanwezig in het gemeentehuis. De zeven gemeenteraadsleden waren aanwezig en de eerste stemronde greep plaats. Hier volgt den uitslag: van de 1ste stemronde: Heer Jozef Moerman kreeg één stem. Heer Aster Brijs kreeg er drie, Heer Georges Dewijn kreeg er twee en Firmin Libbrecht één stem. In de eerste stemronde was er geen meerderheid en de gemeenteraad moest overgaan tot een tweede stemming tussen de meest behaalde stemmen, namelijk Heer Aster Brijs en Heer Georges Dewijn. De tweede stemronde bracht den volgenden uitslag: Heer Aster Brijs behaalde drie stemmen en Heer Georges Dewijn behaalde vier stemmen. Gezien dezen uitslag werd Heer Georges Dewijn verkozen tot schoolhoofd van de Gemeentelijke Jongensschool.
Eerste prijs
Georges Dewijn kwam in dienst op 1 juni 1932. Een zware taak stond hem te wachten, te meer daar op het einde van het schooljaar de leerlingen van den vierden graad verplicht waren deel te nemen aan het staatsexamen.
Ik begon de leerlingen te testen en kwam tot het besluit van slechts vier leerlingen naar dit examen te sturen. Werkelijk, ik had geluk. Alle vier leerlingen slaagden in dit examen.
Het nieuwe schooljaar begon en ik zette mij aan het werk. Ik was steeds bezig met dat examen en om zeker te zijn van te slagen, gaf ik in het derde kwartaal les tot ’s avonds half acht en dit gedurende acht jaar. Ik vertrok voor de eerste maal met twaalf leerlingen naar dat examen. De uitslag was verbijsterend: allen slaagden en ik behaalde de eerste prijs van het arrondissement op meer dan duizend deelnemers. Ik was overgelukkig en mijn school kreeg naam.
Ik heb ongeveer honderd leerlingen naar dit examen gestuurd en nooit een mislukking gekend. Allen slaagden en menigmaal behaalde ik de eerste prijzen van het kanton. Zo rees de naam van de school.
Het gemeentebestuur maakte gebruik van die naam en zij eisten de uitdeling van de diploma’s op het stadhuis na het jaargetijde op den tweeden kermisdag. De burgemeester sprak een feestrede uit en de ouders met de leerlingen kregen wijn en de ouders waren zo fier dat ze den gansen dag vierden.
Nieuwe leerkrachten
De schoolbevolking groeide aan en wij waren verplicht een vierde onderwijzer te benoemen, de Heer Henri Sulmont. Hij werd verkozen als vierde leerkracht. Door den uitslag van dit examen groeide de schoolbevolking fel aan. Er kwamen zelfs leerlingen van Outrijve en Bossuit. Zodoende was het Gemeentebestuur verplicht een vijfde leerkracht te benoemen, nl. de Heer Adelson Castelain van Helkijn; hij werd benoemd tot vijfde leerkracht. Daarna kreeg ik het bericht van het Gemeentebestuur dat het mij verboden was nog vreemde leerlingen te aanvaarden. Ze waren bang dat ze een zesde leerkracht zouden moeten benoemen. De leerkrachten werkten zeer hard en de school bleef haar goeden naam behouden.
Concurrentie
In het jaar 1946 nam Heer Ernest Coene zijn ontslag als onderwijzer en den Heer Robert Soens, onderwijzer te Desselgem werd in Moen benoemd.
De tijd verliep verder en de Heer Jozef Moerman bereidde zich voor tot het examen van Kanton-Opziener. Na twee proeven slaagde hij in dit examen en werd in 1949 benoemd tot opziener van het lager onderwijs. Het Gemeentebestuur moest een plaatsvervanger benoemen en den Heer Jozef Terras werd benoemd.
De jaren gingen voorbij en de oorlog 1940-45 brak uit en het was gedaan met het staatsexamen. Wij werden bezet door de Duitsers en ik had talrijke moeilijkheden.
In de jaren vijftig kwam er te Avelgem een lagere staatsschool en deze maakten geweldige propaganda. Ik moest er geweldig tegen strijden en dat lukte. Na vijf à zes jaar moest ik begeven en de schoolbevolking begon te dalen.
In het jaar 196l kreeg ik bericht van het ministerie, wanneer de schoolbevolking op dat peil bleef, dat ze verplicht waren toekomend jaar de laatst benoemde onderwijzer in beschikbaarheid te stellen. Dat was een zware klap. Onderwijzers en Gemeentebestuur werden op de hoogte gebracht van dit schrijven. Het gemeentebestuur en het onderwijzend personeel wisten dat ik achtendertig jaar dienst had en ze vroegen of ik met pensioen wilde gaan. Er werden van beide kanten veel beloften gedaan en uit geest van solidariteit besloot ik met pensioen te gaan.
Pensionering en Viering
Op de eersten september 1961 ging ik dus met pensioen.
De eerste dagen waren voor mij zeer zonderling: gewoon hard te werken en nu niets meer te doen. Het ging mij niet en op zekeren dag kreeg ik een hartinfarct en ik verbleef zes weken in de kliniek. Daar werd ik behandeld door de hartspecialist Dokter Snoeck, thans leraar aan de Universiteit van Antwerpen.
Volgens hem is dit de ziekte van veel onderwijzers. Bij mijn vertrek kreeg ik tal van raadgevingen die ik strikt moest volgen.
In de eerste plaats niet meer rijden met de auto, verder niet meer werken, rustig en kalm en geregeld onder dokterscontrole blijven. Die raadgevingen volgde ik zeer goed na. De tijden liepen zeer traag voorbij.
In februari van 1975 kreeg ik bezoek van mijn oud-leerling André Avet die mij kwam vertellen dat hij en Godfried Allegaert bezig waren al mijn oud-leerIingen, geboren in 1933 samen te roepen om een feest op touw te zetten ter ere van meester Dewijn voor al het goede dat hij voor hen heeft gedaan. “Wij verhopen dat U dit niet zult weigeren” en bij het slagen van onze onderneming zal ik later terugkeren.
Ik was zeer tevreden met dit voorstel en beloofde hum aanwezig te zijn. Op 1 maart kwam Avet terug met de blijde boodschap dat hun onderneming volledig was gelukt en dat het feest zou doorgaan in het oude gemeentehuis bij mevrouw Dendauw. “Het gaat door den tweeden maart en gezien uwen ziekelijken toestand zullen wij u afhalen in de auto om half negen ’s avonds.”
Werkelijk ik was gelukkig. Ze kwamen om mij en voerden mij naar de feestzaal. Een groot applaus bij mijn binnentreden. Er werd smakelijk gegeten en gedronken, gefotografeerd en gefilmd, gelachen en gezongen. Het was een echt feest. Ik voelde mij verplicht een korte feestrede uit te spreken waarin ik Godfried Allegaert en André Avet bedankte voor het schoon initiatief dat genomen was.
Ik dankte al de oud-leerlingen voor hun aanwezigheid en werkelijk, ik voelde mij twintig jaar jonger, opnieuw bij hen te zijn. Het was voor mij een prachtigen avond en natuurlijk kwam voor mijn geest die vele oud-leerlingen die ik in het leven heb gestuurd met een flinke positie.
G. Dewijn, 1976

6de leerjaar 1959 met o.a.
Luc Velghe – Didier Breda – Mark Mahieu – Jos Cosaert – Lucien Hollaert – Gerard Vantieghem – Paul Mijle – Erik Rommens – Frans Desmet – Gabriël Moreels – Frans Santens – Alfred Breda – Guido Vandeburie