Patroonheilige

Sedert onheuglijken tijd is Sint-Elooi de patroon van de Kerk van Moen. Aan hem gewijd zijn: beelden in de kerk, een schilderij op het zuidaltaar, klokken aan Sint-Elooi gewijd, alle plechtigheden op zijn feestdagen. Alles wijst erop dat de E.H. Bisschop van Doornik, zo niet te Moen zelve, dan toch ten minste in genoegzame nabijheid om door de eerste inwoners van Moen gehoord te zijn, zijn stem zal laten weergalmd hebben toen hij voor de eerste keer in de streek zijn stappen geleidde, stappen waarvan men terecht met de psalmist mocht zeggen:

Hoe schoon zijn de voetstappen der predikers van vrede, der predikers van goede en zalige zaken !

Op Sint-Elooi kwam het volk, te voet en te paard de heilige dienen van ver en nabij. De “peerdemannen” waren meest al in zekere uniform en hun paarden waren van kop tot staart versierd. Er waren touwen gespannen in de verscheidene straten op de plaats, waaraan de paarden gebonden werden.

Op het ogenblik van de kerkelijke plechtigheid gingen de ruiters met hun paard, elk op beurt tot tegen de kerkdeur waar de pastoor in feestgewaad het dier tegemoet kwam, het zegende met een “zeinsel” of relikwie van Sint-Looi en ze met een klop van een zilveren hamer wegzond. Op dat teken liep de ruiter met zijn draver, als een pijl uit een boog, in volle galop naar zijn aangewezen standplaats terug. Zo werden dan ook de voetgangers met dit “zeinsel” van Sint-Elooi gezegend binnen in de kerk.

Dit gebruik, waarschijnlijk door bijgelovigheid ontstaan, streed wel eens aan de eerbied aan de godsdienst verschuldigd en leidde soms tot ongelukken, in het bijzonder toen de te paarde gewapende mannen hun schietgeweren losbrandden gedurende de processie, vergezeld van het Sacrament. De Bisschop van Gent heeft dit gebruik of misbruik afgeschaft in 1806.

BRON: “Geschiedenis van Moen” geschreven door een Zuster van Moen, handschrift, (1937)