Slotrede 1875 van Hendrik Bierre

Gij die deze bladeren doorlopen hebt, het diene u tot aangenaam tijdverdrijf, tot tijdelijk en eeuwig welvaren.


Leert, uit de gelukkige of ongelukkige lotgevallen uwer geboorteplaats, de oorzaak ervan kennen, om ze goed te keuren zoo zij goed is, en ze te verfoeien zoo zij slecht is, indachtig zijnde dat het, voor kleine dorpen zoo wel als voor groote steden en landschappen, waar is ’t geen onze heilige boeken voorspellen, te weten dat de ongeloovigheid of de godvergetenheid de volken doet neêrzinken, terwijl het geloof en de godsdienstigheid dezelve verheffen en groot maken.

Dat de herinnering dan der apostelijke werken door uwen heiligen patroon Sint Eloi ondernomen om uwe voorouders Christenen te maken, dat het geheugen van zoo vele goede en vrome daden uwer voorouders zelve u gedurig aansporen om alles hun goed voorbeeld na te volgen, en alzoo meê te werken voor het stoffelijke en zedelijk welzijn uwer dorpsgenoten.

’t Zij verre van u van uwe burgerlijke of geestelijke oversten de minste onaangenaamheid aan te doen; en mocht soms in naburige prochien het tooneel van misachting en tegenkanting ten opzichte der bestierders van ’t gemeente onder uwe oogen komen, laat u aan zulke noodlottige opstokingen geenszins aandrijven, en stoot uwe voeten niet aan dien tronkelsteen; integendeel schaart u rond uwe geleiders, acht ze, bemint ze, ondersteunt ze ten allen tijde, in alle omstandigheden; ja bid voor hen, verdedigt hen, troost hen en beloont ze voor al hunne goede zorgen die zij, nacht en dag, voor uw tijdelijk en eeuwig geluk in ’t werk leggen.

Dit is de middel om Moen te doen vooruitgaan, het voorspoedig te maken en in de hoogachting der naburige prochien te verheffen.

Bron: ’t Oud Graafschap van Moen, 1875, E.H. Hendrik Bierre, slotrede. Drukkerij C. Annoot-Braeckman, Koornmarkt. Gent.