30 oktober – 2 november 1924
Triduum inhuldiging van de nieuwe kapel en beeld van ’t H. Hert van Jezus
De driedaagsche plechtigheid ter eere van ’t H. Sacrament werd geopend met een avondsermoen op 30 Oktober 1924.
Dan sermoen in de eerste mis en ‘s avonds van 31 oktober 1924.
’s Morgens van de 31ste werden de kinders gebiecht en ’s namiddags de groote menschen. Op Allerheiligen sermoen in de twee missen en in de vespers. Op Zondag 2 november idem. De sermoenen werden gepredikt door E.H. Dedeer, Redemptorist te Antwerpen.
De zondagnamiddag voor de laatste benedictie van het lof wierd een stoet gevormd on processiewijs al “den Pyl” naar de nieuwe kapel te gaan van ’t H.Hert, waarboven een prachtig nieuw verguld beeld geplaatst is van ’t H. H. J. met de armen open om Moen te zegenen. Van vooren in den fronten staat het H.H.J. verbeeld waar rond te lezen staat: “H.Hert van Jezus bescherm Moen” en er onder “Kapel gebouwd door de parochianen 1924”.
In den achtergrond is er een gekleurde venster waarin de ver¬schijning verbeeld wordt van ’t H.H. aan de gelukzalige Marg. Maria Alacogue. Ter zijden van den altaar staan op voetstuk het beeld van de gelukzalige Theresia van ’t kind Jezus en van de H.Luitgarde: twee groote minnaressen van ’t H.H.
In de kapel staat ook een altaar gemetst om voor rustplaats te dienen in de groote processien, tot welk inzicht die kapel daar gebouwd is.
De stoet werd dus gevormd: vooren op het kruis gevolgd van het muziek, die schoone marchen speelde. Daarna kwamen de schoolkinders, knechten en meiskes. Daarop volgden de turnersafdeeling in kostuum: daarna kwamen de studentinnen in engelen verkleed, dan de fakkeldragers die gingen vóór het H. Sacrament onder baldakin.
Na het H. Sacrament kwam de gemeenteraad, burgemeester en schepenen aan ’t hoofd. Daarop volgden in groot getal de geloovigen, die onder het bidden van den Rozenkrans naar de kapel trokken.
Als de stoet nu de kapel bereikt had; wierd het Allerh. Sacrament neergezet. Dan greep de onthulling plaats van het nieuwe H. Hertbeeld dat van zes meters hooge geheel Moens schijnt te beheerschen.
Dan heeft de heer Pastor de kapel en ’t H. H. beeld plechtig gewijd, waarna de turners eene eerste salve afgaven met hunnen trompetten die weergalmden heel Moen door. Dan heeft de E.Pater eene aansprake gedaan waarin hij heel de kapel beschreef en de geloovigen opwekte om altijd, bijzonderlijk in beproevingen en tegenkomsten tot het H.H.J. hunnen toevlucht te nemen, overtuigd van in de godsvrucht tot het H.H. allen troost en sterkte te vinden.
Daarop heeft de heer Burgemeester, Jozef Debrabandere, in korte woorden een toewijding voorgelezen waardoor hij verklaarde geheel de gemeente aan het H.H. J. toe te wijden en beloofde dat het gemeentebestuur van Moen altijd zou bereid zijn om mee te werken tot den groei en bloei van den eeredienst van ’t H. Hert. Eene nieuwe salve van de turners trompetten, was de antwoorde op die toewijding.
Daarna wierd de Santum Ergo gezongen en ’t gebed voor ’t H. Sacrament en onder den plechtigen zegen weerklonk eene derde salve als afscheidsgroet.
Dan trok godvruchtig de stoet onder het zingen van den Te Deum weer ter kerk al den nieuwe kalsijde: in de kerk wierd de laatste benediktie gegeven met het Allerheiligste.
Bron: Eigen Archief

Plechtige communie 1926… kort 
Plechtige communie 1933 en lang: de tijden herhalen zich