Vissersclub

Het ontstaan van de visserclub De Bliekers Moen: we hadden als viswaters het kanaal Kortrijk – Bossuit, de Schelde. Al de waters waren vervuild, dan gingen we naar Avelgem, Kerkhove, Elsegem, waar niet veel méér te vangen was. Broer Kamiel en ikzelf gingen op zoek naar andere waters. In de Westhoek, Veurne, Ambacht.

En we hadden het gevonden. We maakten het kenbaar en de koppen werden bij elkaar gestoken. Felix Devos stelde voor een club te stichten; er waren immers hier veel liefhebbers in Moen; we hadden geen kosten om de vissers te verwittigen: het ging van mond tot mond.

De eerste vergadering ging door in Café Universel bij Fietsche Pinte om een club te stichten en reizen te doen naar den IJzer. Felix Devos en ik, Jules Clairhout, zaten aan dezelfde tafel. Felix ging schrijver zijn – ze benoemden mij secretaris. We startten met veertig leden. Er moest een bestuur gekozen worden. Felix stelde Jules voor als voorzitter te kiezen; ik was daar niet zo op gesteld, maar hij drong aan. Hij zei dat ge toch geen beter koppel kunt hebben dan pekzwart en ros. Die lapnaam heb ik gekregen omdat ik zo zwart was, u weet dat ze me in de volksmond Pekkie noemen. Dan heb ik maar toegeslagen en zo ben ik voorzitter geworden; dertig jaar zit ik in de lastige zetel. De Club is gesticht geweest op 18 maart 1945.

Ik ben op twee januari 80 geworden, dus ben ik begonnen aan de vierde leeftijd.

U zult zich misschien afvragen wanneer ik met vissen ben begonnen. Wel, we woonden tussen twee waters: de putten van de fabriek en de vaart. Van zes jaar ben ik begonnen – het gerief: een stuk twijn van moeder, een gekromde speld – nen terink of patat – netten voor onze vis in te steken had ik niet, wel deed ik mijne verlakte pispot mee.

Jules Clairhout

BRON: Geschreven in opdracht van de Heemkundige Kring Moen, als levende getuige van het verleden.