Wij zijn zeer verheugd u dit tweede deel van Moen, ons dorp van toen te mogen aanbieden. Wij hopen dan ook dat deze uitgave even welkom zal zijn als de eerste.

Wij denken dat dit boek heel wat informatie, documenten, foto’s en bijdragen bevat dat door heel wat Moenenaren en gewezen Moenenaren zal gewaardeerd worden.

Het is een bonte verzameling geworden van wat reilde en zeilde in een dorp als Moen, niet zo groot, maar voor de inwoners toch zo belangrijk. Wij weten dat wij geen ‘grote geschiedenis’ schrijven en dit boek ambieert geenszins de titel ‘wetenschappelijke studie’.

Wel hebben wij gepoogd een kleurrijk beeld samen te stellen van onze Moense gemeente en bevolking. De vele foto’s zijn niet in de eerste plaats bedoeld als verluchting. Wel zijn ze een illustratie van een eigen rijk verleden. De documenten en archiefstukken wil­len een staalkaart zijn van voorbije gebeurtenissen die ons leven nu nog bewust of onbewust beïnvloeden. De speciaal voor dit boek geschreven teksten leveren het bewijs dat wij de Heemkunde niet beoefenen als het louter zoeken naar wetenswaardigheden uit het verleden; het is evenmin het saaie beoefenen van een door sommigen meewarig bekeken ‘wetenschap’; uit de teksten zal blijken dat wij de grootste bekommernis hebben voor de mens in zijn sociale re­laties tot de anderen en de dingen rondom zich.

Maar we hebben tevens naar het heden en de toekomst gekeken. Wij moeten immers iets aanvangen met dat verleden en alleen stilstaan bij oude foto’s en herinneringen helpt de mens niet vooruit; dat Moen sinds het verbreden van het Kanaal Bossuit-Kortrijk een ‘ander gezicht’ heeft gekregen is een tastbaar gegeven waar­mee de Moenenaars noodgedwongen moeten mee leven. Dit boek kan ons wel helpen naar onze afkomst te kijken en een geheugen­steuntje zijn in de toekomst.

Daarenboven hebben we als opzet genomen dat dit boek leesbaar moest zijn zodat de mensen die het kopen het niet meteen in de boeken­kast zetten naast de nooit of bijna nooit geopende encyclopedie. Vandaar de afwisseling in de inhoud, de steeds gevarieerde bladspie­gel, de verscheidenheid van documenten en de overvloed van foto’s en pentekeningen. Wij hopen dat we in dit opzet slaagden. Tevens zorgden wij (zoals in het eerste deel) voor een uitvoerig register om het zoeken te vergemakkelijken. Wij zijn steeds dankbaar voor kritiek.

Ook al blijft het in de familie, toch is het hier mijn plicht vol­gende personen te bedanken: mijn dochter Sabine, mijn zonen Erik en Dirk, mijn echtgenoot Daniël, schoonzoon Frans Vanmarcke en schoon­dochter Marijke Gousseau; voor de vele uren en de energie die ze in de samenstelling, het typewerk, de druk en het inlijmen hebben ge­stoken. Niets was te veel gevraagd; wij kunnen niet beschrijven wat een werk hier achter schuilgaat.

Wij danken ook alle andere medewerkers die op de een of andere manier hebben bijgedragen tot het tot stand komen van dit boek.

Wij danken ook alle lezers en wensen hen veel kijk- en leesgenot.

M. A. VANDENBULCKE Voorzitster Heemkundige Kring Moen.

Moen, 2 augustus 1980