Wat een Vlaming niet en past

Wat aan geen Vlaamsche schouders past
dat is een naaldgeweer.
Al vreest hij Vlaandrens telg, geen last
Zijn moed geen veld van eer
toch mint meer het akker veld
Dat hem zijn rijkdom biedt.
Een tuig dat broeders nederveldt
Dat past den Vlaming niet.

De zuidelijke kleederdracht
en past geen Vlaamsche vrouw
Want ijdel zwier en hofsche pracht
brengt ’t huisgezin in rouw.
Maar wien die vlaandrens schoone kent
Heeft ooit haar tooi mishaagd?
Doch wat Parijs in Vlaand’ren zendt
En past geen Vlaamsche maagd.

Wat nog de Vlaming ’t meest misstaat
Dat is een vreemde spraak
waarin zijn tong vaak ‘ijzer slaat’
en veeltijd ‘uit den haak’.
Wie Vlaming is sta op en zing
Het gulle Vlaamsche lied.
De talen van den zuiderling
En past den Vlaming niet.

Oud Vlaams Volkslied

Bron: Heemkundige Kring, opgetekend door Daniël Rommens